Onderzoek
Dat blijkt uit een groot onderzoek naar agressie in kleuterklassen, waarvan de resultaten op een symposium over pesten in Amsterdam werden gepresenteerd. Het is voor het eerst dat agressie bij kleuters op deze schaal is onderzocht in Nederland. Voor het onderzoek zijn 1100 kinderen uit 84 klassen van 51 basisscholen geïnterviewd.
Onderzoek bij jonge kinderen is lastig, want veel vragen snappen ze niet. Bovendien hebben ze een beperkt geheugen en is hun concentratie- en taalvermogen beperkt. De onderzoekers hebben daarom alle kleuters twee keer vijftien minuten geïnterviewd met behulp van foto's. Op tafel lagen foto's van al hun klasgenootjes. Bij enkele vragen (Wie schopt of slaat jou wel eens? Wie pest jou wel eens?) moesten de kleuters de foto's van degenen die dat deden aanwijzen.
Percentages
Dat kleuters regelmatig slaan, aan de haren trekken en treiteren is niet nieuw. Maar hoofdonderzoeker M. Vermande, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, verbaast zich wel over de omvang. ,,Als het gaat om fysieke agressie is slechts dertien procent van de kinderen geen dader of slachtoffer.'' En maar veertien procent van de kleuters is nooit betrokken bij pesterijtjes.
Structuur
Volgens de onderzoekers is het opvallend dat er structuur zit in de agressie en pesterijen in kleuterklassen. In bijna alle onderzochte groepen zijn er enkele dominante daders die al op jonge leeftijd in staat zijn zwakkere groepsgenoten eruit te pikken. Daarnaast zijn er kinderen die agressief zijn tegen groepsgenoten, maar zelf weer worden belaagd door de dominante daders. Zij zijn zowel dader als slachtoffer.
Leed voorkomen
Door snel ingrijpen, kan veel leed worden voorkomen, denkt Vermande, die onderzoek doet naar de sociale relaties van kinderen en hun leeftijdgenoten. Ze vindt dat er te weinig aandacht is voor pesten in de laagste klas van de basisschool. ,,De daders pesten niet toevallig iemand. Ze zijn al op jonge leeftijd in staat slachtoffers te vinden. Dat is opvallend.''
Daar is een verklaring voor: de vier- en vijfjarigen komen voor het eerst in een groep terecht, waarna het gevecht om de sociale dominantie begint. Ze zijn nog jong, maar de kleuters willen toch een belangrijke plaats in de groep verwerven.
Bron: Nederlands Dagblad 15-2-2005