contact       sitemap       over CSV

Nota Ministerie van Justitie, augustus 2005

Toenmalig minister Donner van Justitie heeft in augustus 2005 een nota naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin een brede visie op de aanpak van radicalisme en radicalisering wordt gepresenteerd. De aandacht richt zich met name op het islamitisch radicalisme en het rechts-radicalisme.

Islamitisch radicalisme
De harde kern van de radicale Islam is relatief klein. Om hen heen verzamelt zich een groep die actief of passief steun verleent. Er zijn aanwijzingen dat deze groep op dit moment in omvang groeit. Groepen die een verhoogd risico lopen om te worden geradicaliseerd zijn jongeren, gedetineerden en werklozen.

Rechts-extremisme
De omvang van rechts-radicale groepen is betrekkelijk beperkt. Een verontrustend verschijnsel is dat er sprake lijkt te zijn van zich onafhankelijk vormende los-vaste groepen van vooral jongeren. Het bestaan daarvan is zeer manifest geworden in de periode sinds november 2004. Uitingsvormen waren onder meer  de brandstichtingen in moskeen en islamitische scholen. De categorie jongeren waaruit deze groepen en netwerken zich vormen, komt vrijwel overeen met de “gabbers” en heeft een omvang van vele duizenden.
In de meeste analyses wordt betwijfeld of hier sprake is van het volledig overnemen van rechts-radicaal gedachtegoed. Naar schatting is dat bij niet meer dan vijf procent het geval. Jongeren die zich bedienen van de symbolen, leuzen en redeneringen van het rechts-radicalisme doen dat meestal niet omdat ze het gehele gedachtegoed hebben overgenomen, maar omdat ze zichzelf in een enkel onderwerp herkennen of omdat ze in dat onderwerp een mogelijkheid herkennen om sterk provocerend op te treden. Dat neemt niet weg dat hun uitingen makkelijk gezien kunnen worden als een indicatie dat er iets ernstigs aan de hand is. Daarnaast vormen ze een sociaal-maatschappelijk probleem omdat veel spanningen tussen allochtone en autochtone jongeren zich rond hen manifesteren.

De rol van het onderwijs
In de nota wordt een aantal maatregelen genoemd die het onderwijs kan nemen om radicalisering te bestrijden: het vergroten van de veiligheid op scholen, de inrichting van een meldpunt radicalisme bij de Inspectie, het aanbieden van een opleidingstraject ten behoeve van het mentoren en coachen van leraren en leerlingen alsmede de opvang van risicoleerlingen.