contact       sitemap       over CSV

School moet zich in alle gevallen uitspreken tegen homodiscriminatie

Steeds vaker verschijnen in de media berichten over intimidatie van homoseksuele personeelsleden of leerlingen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het aantal incidenten toeneemt. Vooral vmbo-scholen komen de laatste tijd negatief in het nieuws.

Bleumers: allochtone leerlingen vmbo veroorzaken probleem
De toenemende homo-intolerantie wordt vaak toegeschreven aan het aantal allochtone leerlingen op school. L. Bleumers schreef daarover in het Onderwijsblad van 4 oktober 2003:

"Op het vmbo hebben homoseksuele docenten de meeste problemen met leerlingen en andere leraren. Ze worden uitgescholden, uitgelachen en bespot." Van de homoseksuele docenten voelt 22 procent zich belachelijk gemaakt door collega's tegen slechts drie procent van de heteroseksuele leraren.
Bovendien ondervinden homoseksuele docenten meer hinder van leerlingen op het vmbo dan in andere sectoren. De oorzaak van deze klachten is vaak het aantal allochtone leerlingen op school. Hoe minder autochtone leerlingen, hoe slechter het met de openheid op een school is gesteld. Kunnen: "Allochtone jongeren hebben vaak problemen met homoseksualiteit. Thuis horen ze alleen dat het slecht is en verder wordt er niet over seksualiteit gesproken. Hun vriendjes zeggen dat het niet kan en niet mag. Daardoor hebben ze op school geen idee hoe ze moeten omgaan met homoseksualiteit." Lees meer >>

Dankmeijer: homo-intolerantie vanouds vmbo-probleem
Peter Dankmeijer, directeur van Edudivers, ziet geen rechtstreeks verband tussen allochtone leerlingen en de toenemende homo-intolerantie. Tegenover RTL Nieuws zei hij op 10 februari 2006: "Het is een traditie in het vmbo. Je hebt daar meer leerlingen die zich rechtstreekser uiten en die wat zwart-witdenken. Dat was tien jaar geleden ook al, maar nu zitten er veel allochtonen in het vmbo. Dan valt het op dat het allochtonen zijn, maar dat komt vaak meer omdat het om het vmbo gaat."

Homoseksualiteit in Bijbel en Koran
Niet alleen in de islam, ook op veel christelijke scholen is homoseksualiteit taboe. Welke rol speelt religie bij de tolerantie van homoseksualiteit in het onderwijs? Het antwoord op de vraag hoe Bijbel en Koran oordelen over homoseksualiteit hangt nauw samen met de interpretatie van de teksten. Sommigen nemen de teksten letterlijk, en veroordelen op grond daarvan alle vormen van homoseksualiteit. Anderen gaan veel vrijer om met de teksten en plaatsen ze binnen de context van deze tijd. Toenemend fundamentalisme en extremisme zal dan ook leiden tot meer intolerantie jegens homoseksualiteit.

Christelijke school weert homoleraren
Een passage in de 'Scholengids' van Het Parool over evangelische scholengemeenschap De Passie zorgde in januari 2007 voor opschudding: "Homoseksualiteit strookt niet met de uitgangspunten van De Passie; openlijk homoseksuele leerkrachten zult u hier niet aantreffen." Het bestuur van De Passie verdedigde zijn visie in een persbericht. Organisaties als het COC zinspelen op maatregelen van de Onderwijsinspectie of Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

Rechtstreeks contact met vertrouwenspersoon
Volgens voorzitter M. Reijnhoudt van Koinotès, een vrijgemaakt-gereformeerde vereniging tot integratie van homofielen in de kerkelijke gemeenschap zijn scholen terughoudend. Hij had ondervonden dat je beter rechtstreeks contact kunt zoeken met vertrouwenspersonen op een school  om homofilie aan de orde te stellen, dan met een rector. De gedachte bij de schoolleiding is nog wel eens dat je maar beter niet aan jongeren kunt vertellen dat er zoiets is als homoseksualiteit. Overigens maakte Reijnhoudt ook melding van een school  waar het thema wél via de hoofdingang welkom werd geheten. (Bron: Nederlands Dagblad 16-2-2007.)

Uitspraak Commissie Gelijke Behandeling
De CGB oordeelde in 1999 dat een reformatorische school ten onrechte een samenwonende homoseksuele sollicitant had afgewezen: "De Commissie oordeelt dat de eisen die een instelling op godsdienstige grondslag mag stellen niet mogen leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van homoseksuele gerichtheid." Lees meer >>

In 2006 vroeg een docent, die openlijk voor zijn homoseksuele voorkeur uitkomt, de CGB of zijn werkgever in het veiligheidsbeleid expliciet aandacht aan homotolerantie moest besteden. De CGB oordeelde dat een expliciet homobeleid niet noodzakelijk is en dat de scholengemeenschap aan haar zorgplicht heeft voldaan. De CGB stelde vast dat de scholengemeenschap zich de zorg voor de bescherming van haar personeel (en leerlingen) tegen discriminatie heeft aangetrokken. Zij heeft dit gedaan in het kader van haar veiligheidsbeleid, met dien verstande dat zij hierbij gebruik maakt van algemene, neutrale termen. Lees meer >>

Wettelijk kader
In Nederland is het verboden op religieuze gronden aan te zetten tot haat en geweld tegen homo’s. Artikel 1 van de Grondwet is daar duidelijk over: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan." Ook de Algemene Wet gelijke behandeling spreekt over "gelijke behandeling van personen ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat."

School moet duidelijk geluid laten horen
Op basis van Artikel 1 uit de Grondwet zouden scholen zich duidelijk uit moeten spreken tegen homodiscriminatie. Tegen intimidatie van personeel of leerlingen op grond van hun geaardheid zou de school streng moeten optreden, ongeacht wat de religieuze achtergrond van de school dan wel van de intimiderende leerlingen is.

Noodzakelijke maatregelen
Alle deskundigen pleiten voor meer voorlichting op school over homoseksualiteit. Sommigen, waaronder Peter Dankmeijer, vinden dit niet ver genoeg gaan. Zij willen dat er op school verplicht lessen moeten worden gegeven over homoseksualiteit. Desnoods onder druk van de overheid.