Wet: Preventie en bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs, Meld- en aangifteplicht (1999)
Artikel 4: Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven
Aanleiding
Aanleiding voor de Wet Preventie en bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs, is het verzwijgen en/of het schoolintern afhandelen van zedenzaken, met als gevolg dat de pleger het seksueel misbruik binnen de school of op een andere onderwijsinstelling kan voortzetten. De wetgeving is gebaseerd op de gedachte dat herhaald seksueel wangedrag het best kan worden bestreden door politie en justitie in te schakelen.
Meldplicht
De wet verplicht onderwijspersoneel en medewerkers van een onderwijsinstelling, het bevoegd gezag onverwijld te informeren als zij - op welke manier dan ook - informatie krijgt over mogelijke schending van de openbare zedelijkheid, ontucht, aanranding of verkrachting, gepleegd door een medewerker van de school met een minderjarige leerling. Meldt een personeelslid dergelijke informatie niet aan het bevoegd gezag, dan kan hij worden aangesproken op het niet voldoen aan zijn verplichtingen als werknemer. De wet spreekt over bevoegd gezag en niet over de schoolleiding als meldpunt. Het bestuur kan de schoolleiding opdragen de aangifteplicht feitelijk uit te oefenen en hierover onverwijld te rapporteren. Het bevoegd gezag blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor het handelen van de school.
Vertrouwensinspectie
In alle gevallen waarin het schoolbestuur of de schoolleider beschikt over informatie inzake een mogelijk zedenmisdrijf gepleegd door een personeelslid jegens een minderjarige leerling, is het schoolbestuur verplicht om daarover onmiddellijk in overleg te treden met de vertrouwensinspecteur. Met betrekking tot klachtmeldingen inzake seksueel misbruik hebben de vertrouwensinspecteurs een geheimhoudingsplicht. Alvorens over te gaan tot aangifte, stelt het schoolbestuur de ouders van de klager en de aangeklaagde op de hoogte.
Aangifte
De Wet Preventie en bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs, verplicht het bevoegd gezag tot het doen van aangifte van vermeend seksueel misbruik, ondanks mogelijke bezwaren van betrokken ouders en leerlingen. Deze wet stelt het algemeen belang boven dat van individuele betrokkenen. Ouders en leerlingen mogen van de actoren in het juridische proces de grootst mogelijke zorgvuldigheid verwachten.