contact       sitemap       over CSV

Veiligheidsbeleving en veiligheidsbeleid van scholieren en schoolleiders

De Nationale Scholierenmonitor wordt tweejaarlijks uitgevoerd door Sardes in opdracht van het Ministerie van OCW. Een van de aandachtspunten is veiligheidsbeleving, veiligheidsbeleid en zorgbeleid. Hieronder de belangrijkste cijfers en conclusies op schoolveiligheidsgebied uit de Nationale Scholierenmonitor 2007.

Scholieren en schoolleiders
De Nationale Scholierenmonitor 2007 is gebaseerd op de gegevens van ruim 5.100 scholieren uit het eerste, derde en vijfde schooljaar en de gegevens van 37 schoolleiders. De verschillende schooltypen van vmbo tot en met gymnasium zijn in het onderzoek betrokken.

Algemeen veiligheidsgevoel
Over het algemeen voelen leerlingen zich behoorlijk veilig in het voortgezet onderwijs (op een schaal van 0-1 scoren ze 0,85). Toch zijn er duidelijke verschillen per schooltype. Leerlingen in het vmbo, met name in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen voelen zich aanzienlijk minder veilig dan leerlingen op havo of vwo.

Agressie, geweld en pesten
Er wordt op scholen tamelijk veel gevochten, voornamelijk tussen leerlingen maar ook tussen leerlingen en docenten. Bijna vijftien procent van de respondenten zegt dat dit soms voorkomt op school; 2% zegt dat het vaak of heel vaak gebeurt. Het pesten is iets afgenomen ten opzichte van de vorige meting: 21% zegt dat dit regelmatig voorkomt (dat was 24,7%), 11% dat dit vaak of heel voorkomt (dat was13,2%).

Digitaal pesten
Pesterijen via het internet en de mobiele telefoon lijken weinig voor te komen. Leerlingen van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg zeggen veel vaker te pesten dan leerlingen van andere schooltypen/leerjaren. Meer dan tien procent van de bbl- of kbl-leerlingen roddelt regelmatig of vaak over andere leerlingen en docenten; 11% bedreigt of scheldt leerlingen uit op internet; 9% zegt regelmatig of vaak docenten te bedreigen of uit te schelden. Bij de havo- en vwo-leerlingen liggen deze percentages tussen de 1 en 3 procent.

Vertrouwenspersoon
Alle schoolleiders geven aan dat er op de school vertrouwenspersonen aanwezig zijn. Alle scholieren hebben dus toegang tot een vertrouwenspersoon. Van de schoolleiders geeft 69% aan dat er het afgelopen jaar ook daadwerkelijk een beroep is gedaan op een vertrouwenspersoon door leerlingen, ouders, docenten of anderen. Op deze scholen deden leerlingen afgelopen schooljaar gemiddeld 10 keer een beroep op een vertrouwenspersoon. Docenten en ouders deden dit gemiddeld 1 keer.

Veiligheidsbeleid
De schoolleidersgeven aan dat hun veiligheidsbeleid in de toekomst meer en meer gericht zal zijn op begeleiding van leerlingen, registratie van incidenten en het gebruik van programma’s voor het aanleren van sociale competenties en minder op sancties en controle.