Veiligheidsmonitor
De veiligheidsmonitor 2010 richt zich op het sociaal veiligheidsbeleid en veiligheidsmaatregelen van scholen, ervaring van sociale (on)veiligheid van leidingevenden, onderwijspersoneel, leerlingen en ouders en de mate waarin incidenten voorkomen.
Sociale veiligheidsmonitor 2010
Doel van de monitor is het landelijk in kaart brengen van de sociale veiligheidssituatie in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs in 2010. Per schoollocatie is het doel het in kaart brengen van de sociale veiligheidssituatie in 2010, het verstrekken van empirisch gecontroleerde informatie en het verhelderen van de ontwikkelingen in sociale veiligheid in en rond de eigen school.
In het primair (speciaal) onderwijs is de monitor in 2010 voor het eerst afgenomen. In het voortgezet (speciaal) onderwijs worden de resultaten van 2010 waar mogelijk vergeleken met die van 2006 en 2008.
Primair (speciaal) onderwijs
Verreweg de meeste leerlingen en leerkrachten voelen zich in school veilig (94%). In de schoolomgeving is dit percentage iets lager (90% van de leerkrachten en 87% van de leerlingen voelt zich daar veilig). Van het ongewenste gedrag dat ouders als problematisch kunnen ervaren, wordt pesten het meest genoemd (32%).
Van de leidinggevenden zegt 19% te maken te hebben gehad met problemen van eigen leerlingen met leerlingen van andere scholen, en 4% met religieus extremisme. Problemen die niet of nauwelijks voorkomen zijn incidenten vanwege homoseksualiteit, incidenten tussen (autochtone of allochtone) groepen leerlingen, en incidenten wegens wapengebruik, alcoholgebruik en drugsgebruik.
Leerkrachten en OOP hebben van verschillende mogelijke geweldsvormen de meeste ervaring met verbaal geweld op school (51%), licht lichamelijk geweld (43%) en sociaal geweld (30%). Van de leerlingen die te maken hebben gehad met verschillende vormen van geweld, hebben de meesten die ervaringen opgedaan als getuige, vervolgens als slachtoffer, en het minst vaak wordt daderschap gerapporteerd.
Ruim een tiende van de leerkrachten is van mening dat de sociale veiligheid in en rond school dient te worden vergroot; 24 % vindt dit nodig in de schoolomgeving. Bij de leerlingen zijn deze percentages respectievelijk 10 en 17. Ouders vinden dat de veiligheid op de parkeerplaats (59%), in de schoolomgeving (55%) en op het schoolplein (32%) moet worden vergroot.
Voortgezet (speciaal) onderwijs
Een groot deel van de leerlingen en docenten voelt zich in en rond school veilig (tenminste (91%). In de schoolomgeving is dit percentage iets lager (tenminste 86%). Op het vlak van veiligheidsgevoelens zijn er geen substantiële veranderingen in de periode 2006-2010.
Incidenten met leerlingen van andere scholen en incidenten met loverboyproblematiek komen in 2008 en 2010 volgens leidinggevenden meer voor dan incidenten gerelateerd aan extreme (ideologische) opvattingen. In vergelijking met twee jaar eerder, wordt in 2010 religieus extremisme vaker gemeld: 3% in 2008 en 13% in 2010. Incidenten tussen autochtone en allochtone leerlingen zijn in datzelfde tijdsbestek afgenomen: van gemiddeld 2 naar 1 incident.
Voor diverse geweldsvarianten is bij docenten de verhouding slachtoffer / dader / getuige bepaald. Men is relatief vaker getuige dan slachtoffer. Indien meegemaakt, is het percentage slachtoffers onder docenten groter bij verbaal-, materieel-, en sociaal geweld, in vergelijking met andere (grovere) vormen van geweld (lichamelijk en seksueel geweld). Waar docenten / OOP niet of nauwelijks daderschap rapporteren, is dat bij leerlingen wel het geval (zo’n 6 á 11% bij verschillende geweldsvormen).
In 2010 vindt 26% van de docenten / OOP dat de veiligheid in school verbetering behoeft. 19% van de docenten vindt dat de veiligheid bij de fietsenstalling dient te worden vergroot, 7% vindt dit nodig op de parkeerplaats en 43% in de schoolomgeving.
Er zijn tussen 2006 en 2010 geen substantiële veranderingen. 11% van de leerlingen geeft in 2010 aan dat de veiligheid in de school vergroot dient
te worden. Ongeveer 22% vindt dit nodig in de schoolomgeving. Deze percentages veranderen nauwelijks gedurende de jaren.
Conclusies en aanbevelingen
De landelijke resultaten laten zien dat het in het primair (speciaal) en voortgezet (speciaal) onderwijs in grote lijnen veilig is. Dit blijkt uit de gevoelens van veiligheid, de (geringe) mate van ongewenst sociaal gedrag, en de geringe aantallen incidenten en ervaringen als slachtoffer, dader of getuige met verschillende soorten geweld. Daarnaast geven de resultaten aan dat er op sociaal veiligheidsgebied nog wel het een en ander kan worden verbeterd. Vergroting van sociale veiligheid dient met name schoolintern, via eigen gegevensanalyse en daarop gebaseerde probleemaanpak, te gebeuren. Hiervoor worden aanbevelingen gedaan.