contact       sitemap       over CSV

GGD waarschuwt ouders voor gevaren van pesten via internet

2006 | Ouders onderschatten hoeveel basisschoolleerlingen via internet pesten en worden gepest. Dat blijkt uit het onderzoek Cyberpesten, big deal? dat de GGD Zuid-Limburg en de Open Universiteit in 2006 uitvoerde. Het lespakket Cyberpesten, who cares maakt leerlingen alert.

Doel van het onderzoek
Uit het onderzoek, dat werd uitgevoerd in groep 8 van de basisschool en in de eerste klas van het voortgezet onderwijs, blijkt dat het probleem groter is op de basisschool dan op de middelbare school. Op de middelbare school wordt vaker ingegrepen om een einde te maken aan het pesten. Het doel van het onderzoek was om meer zicht te krijgen op de omvang en de wijze van digitaal pesten en op de manier waarop kinderen en ouders ermee omgaan.

De cijfers
Van de ouders met kinderen op de basisschool denkt 0,3% dat hun kind een keer per maand een ander kind digitaal pest. Volgens de kinderen zelf is dat 4%. In het voortgezet onderwijs zijn de cijfers respectievelijk 1 en 3%. Van de ouders weet 9% niet of hun kind op de basisschool andere kinderen online pest. Bovendien weet 6% niet of hun eigen kind wordt gepest.

Vormen van pesten
Schelden (12%), roddelen (6%) en negeren (5%) zijn de meest gebruikelijke manieren om een kind online te pesten. Meestal trekken kinderen zich er niets van aan of doen ze alsof het ze niet kan schelen. Een klein deel pest volgens de onderzoekers terug. Lees meer >>>

Lespakket 'Cyberpesten, who cares'
Tegelijk met het onderzoek heeft de GGD Zuid-Limburg het lespakket 'Cyberpesten, who cares' voor het basis- en voortgezet onderwijs uitgebracht. De onderzoekers adviseren de ouders met hun kinderen over cyberpesten te praten.