Helpdesk
Winkelwagen

Medewerkers die verbonden zijn aan een onderwijsinstelling zijn wettelijk verplicht een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen aan hun werkgever. De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest rondom de VOG. Dit riep steeds weer vragen op bij schoolleiders en bestuurders. Voor wie is de VOG verplicht? Heb ik als werkgever de zekerheid dat ik personeel in dienst heb met een ‘schone lei’?

Een VOG toont aan dat iemands gedrag geen belemmering vormt voor het uitoefenen van een bepaalde functie. In dit artikel krijgen schoolleiders en -bestuurders antwoord op veel gestelde vragen en informatie over de ontwikkelingen rond de VOG. Allereerst krijg je tips om zelf verantwoordelijkheid te nemen bij het aannemen van personeel met het oog op de veiligheid van leerlingen.

Geldigheid VOG

Scholen moeten van alle medewerkers een geldige VOG in het bezit hebben. Instellingsaccountants controleren ieder jaar of VOG’s ontbreken of later dan de indiensttreding zijn aangeleverd. Is dit het geval, dan geeft de accountant dit door aan de inspectie.

Ga na of de VOG geldig is. Het document mag niet ouder zijn dan zes maanden. Voor de VOG van personen die in het primair onderwijs zijn belast met toezicht op leerlingen tijdens het overblijven geldt een termijn van twee maanden. Zie ook: Voor wie is de VOG verplicht?

In het verleden bleek dat er leerkrachten voor de klas stonden die een zedenmisdrijf hadden gepleegd. Hierover ontstond was veel maatschappelijke verontwaardiging en heerste ongeloof. De politiek mengde zich en het gevolg was dat er verscherpte maatregelen kwamen rond de VOG. Zo werden de eisen voor afgifte van de verklaring strenger. Niet-onderwijzend personeel moest ook een VOG bezitten en controle op naleving van de wettelijke verplichting voor scholen werd strenger.

Verantwoordelijkheid van schoolleider en -bestuur

Om te zorgen dat er op school personeel werkt met een ‘schone lei’ heb je schoolbestuurder of -leider een eigen verantwoordelijkheid. Zowel voor huidig personeel, als bij nieuw personeel en sollicitanten. Hieronder staan enkele tips:

Controle
Controleer de aanwezigheid van een recent en geldig VOG voor alle personeelsleden, ook van personeel dat al langer in dienst is.

Sollicitanten en referenties
Vraag referenties op van sollicitanten en check deze. De sollicitant moet wel toestemming geven hiervoor. Wanneer de sollicitant geen toestemming geeft om een referentie op te vragen, dan kan dit reden zijn tot zorg of twijfel. Vraag de sollicitant om uit te leggen waarom dat zo is.

De vragen die je stelt aan de opgegeven referent moeten gericht zijn op, en relevant zijn voor, de functie. Vraag de voormalige werkgever naar de omgang van de sollicitant met leerlingen en collega’s, en eventuele betrokkenheid bij klachten over ongewenst gedrag. Je mag ook vragen of de persoon is ontslagen vanwege klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag of een zedenmisdrijf. Wees je ervan bewust dat de sollicitant bij de voormalig werkgever aangegeven kan hebben dat hij bepaalde informatie niet mag verstrekken.

Vraag de sollicitant rechtstreeks of hij/zij betrokken is geweest bij klachten over ongewenst gedrag of bij veroordelingen voor ongewenst gedrag.

Wanneer een toekomstig werkgever jou benadert om een referentie te verstrekken over een medewerker, weet dan dat het niet verplicht is om die te geven. Hoewel je terughoudend moet zijn over het geven van informatie, moet en mag je zoveel mogelijk relevante (= van belang voor het functioneren van de sollicitant) informatie verstrekken. Je mag niet een te rooskleurig beeld afgeven.

Wanneer een medewerker aangeeft dat je bepaalde informatie niet mag verstrekken, stel jezelf dan de vraag of je dan wel referent wilt zijn voor deze medewerker.

(Vermoeden van) een zedenmisdrijf?
Doe altijd aangifte van strafbare feiten door medewerkers en zeker als het gaat om zedenmisdrijven of andere feiten die uitoefening van een functie kunnen belemmeren. Wanneer je ervoor kiest geen aangifte te doen, kan de medewerker nog steeds een VOG krijgen: de informatie over het strafbare feit is dan immers niet bekend. Lees meer hierover in onze artikelen Aangifte doen in het onderwijs en Communicatie na seksueel grensoverschrijdend gedrag door een schoolmedewerker.

Voor wie is de VOG verplicht?

Alle medewerkers van een onderwijsinstelling moeten in het bezit te zijn van een geldige VOG. Dit staat in de onderwijswetten. De VOG is in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs wettelijk verplicht voor:

  • leerkrachten
  • (adjunct-)directieleden en (con-)rectoren
  • onderwijsondersteunende functionarissen
  • externe leerkrachten (bijvoorbeeld gedetacheerd of werkzaam via een uitzendbureau) en (adjunct-)directieleden
  • externe onderwijsondersteunende functionarissen (bijvoorbeeld schoonmakers)
  • leerkrachten in opleiding (LIO’s) en onderwijsassistenten in opleiding, die met een leerarbeidsovereenkomst als werknemer zijn benoemd
  • overblijfmedewerkers (TSO, primair onderwijs), onder wie ook vrijwilligers

Binnen scholen kan een (beperkte) groep vrijwilligers in aanmerking komen voor een gratis VOG. Het gaat dan om vrijwilligers voor wie geen wettelijke verplichting geldt. Dit zijn bijvoorbeeld voorleesouders of vrijwilligers die helpen bij het oversteken rondom de school. Op de website van Justis staat meer informatie.

Niet verplicht voor stagiairs, bestuur en vrijwilligers

Stagiairs (die niet met een leer-arbeidsovereenkomst als werknemer zijn benoemd) zijn vooralsnog niet verplicht een VOG te overhandigen. Scholen kunnen wel zelf een VOG vragen aan nieuwe stagiairs. Ze staan immers alleen voor de klas en werken één-op-één met jongeren en kinderen.

Tip: vergoed de aanvraag voor de VOG voor de stagiairs.

Ook voor bestuurders en vrijwilligers – zoals hulpouders – geldt (nog) geen VOG-verplichting. In het voortgezet onderwijs en mbo is de VOG ook (nog) niet verplicht voor docenten en onderwijsondersteunend personeel dat belast is met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten.

Een bestuur heeft wel altijd de keuze om zelf te bepalen dat een VOG toch afgegeven moet worden.

Originele VOG of kopie?

De werknemer moet altijd een originele VOG aan de werkgever tonen; een kopie is niet voldoende. De werkgever moet de VOG op echtheid controleren. Op de website van screeningsautoriteit Justis staat informatie over de echtheidskenmerken van een VOG.

In het onderwijs werken vaak invalkrachten die voor meerdere werkgevers werken. De werkgever mag in dit geval van de originele VOG een kopie maken voor zijn personeelsarchief. De werknemer kan de originele VOG dan eventueel gebruiken voor een andere invalfunctie. Het advies is dan wel om deze kopie te voorzien van een datum, de tekst ‘origineel gezien’ en van een handtekening.

Wanneer wordt een VOG (nog) niet afgegeven?

Er wordt (nog) geen VOG afgegeven aan personen die met minderjarigen werken, wanneer:

  • zij in de twintig jaar voorafgaande aan de aanvraag zijn veroordeeld tot een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf/taakstraf vanwege zedendelicten;
  • zij twee of meerdere malen zijn veroordeeld tot een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf/taakstraf vanwege zedendelicten;
  • zij in de tien jaar voorafgaande aan de aanvraag één maal in de justitiële documentatie (strafblad) voorkomen vanwege zedendelicten maar hiervoor geen gevangenis- of taakstraf kregen;
  • de zaak is geseponeerd (zaken waarbij iemand ten onrechte is aangemerkt als verdachte (een zogenaamd sepot 01) worden niet betrokken bij de beoordeling van de VOG-aanvraag);
  • een persoon wordt verdacht van een strafbaar feit en de zaak in behandeling is genomen door het Openbaar Ministerie. Er wordt dan een aantekening gemaakt in de justitiële documentatie. Wanneer dit feit relevant is ten opzichte van het doel waarvoor de VOG is aangevraagd wordt vervolgens aan de hand van het screeningsprofiel voor het onderwijs (pdf) bepaald of dit een belemmering vormt voor de afgifte van de VOG. Als dat het geval is, dan wordt de VOG niet afgegeven.

Geen garantie

Ondanks de aangescherpte maatregelen moeten scholen zich realiseren dat een VOG geen garantie geeft.

Wegens ontucht ontslagen docent weer voor de klas
Een wegens ontucht ontslagen docent van een school in Boskoop kon aan de slag als docent bij een school in Rotterdam. Direct na ontslag solliciteerde hij met succes in Rotterdam. De school in Boskoop kon naar eigen zeggen de reden van ontslag niet meedelen aan de school in Rotterdam “vanwege de Privacywet”. De docent werd uiteindelijk in oktober 2019 veroordeeld wegens ontucht met een 15-jarige leerlinge tussen het najaar van 2017 en het voorjaar van 2018. Hij kreeg zes maanden celstraf, een taakstraf van 150 uur en een beroepsverbod voor drie jaar.
Bron: AD, 14 oktober 2019

Het kan nog steeds voorkomen dat personeel voor de klas staat tegen wie eerder klachten waren over ongewenst gedrag, of die zelfs veroordeeld zijn voor ontucht. Dit is mogelijk als:

  • het personeelslid met medewerking van het bestuur, wordt herplaatst (en de ‘nieuwe’ school onvoldoende wordt ingelicht);
  • het personeelslid ontslag neemt alvorens het tot aangifte komt en elders aan de slag gaat;
  • het personeelslid door justitie wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde verdenkingen;
  • het personeelslid veroordeeld is geweest voor een taakstraf of gevangenisstraf vanwege een zedenmisdrijf langer dan twintig jaar geleden;
  • het personeelslid een veroordeling heeft gehad anders dan taak- of gevangenisstraf inzake een zedenmisdrijf, langer dan tien jaar geleden;
  • het personeelslid veroordeeld is geweest voor een zedendelict maar ten tijde van het plegen zeer jong was;
  • het personeelslid bezwaar heeft aangetekend tegen de weigering van de VOG en deze gegrond is verklaard;
  • screeningsautoriteit Justis de VOG-aanvraag op basis van de ‘discretionaire bevoegdheid’ heeft gehonoreerd;
  • het personeelslid een (relevant) strafbaar feit heeft gepleegd ná de afgifte van de VOG.

Op dit moment is er nog geen sprake van een continue screening. Voor de kinderopvang is dat al wel ingevoerd.

Meer informatie

Wij zijn Stichting School & Veiligheid. Wij ondersteunen scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Dit doen wij door:

Creëer een sociaal veilige sfeer op school