Adviespunt

Adviespunt en Calamiteitenteam

Heb je een vraag over sociale veiligheid of is er een calamiteit op school? Neem dan contact op met ons Adviespunt.

adviespunt@schoolenveiligheid.nl 030 285 66 16 Meer informatie
Klaslokaal met leerlingen die luisteren naar uitleg van de leraar

Strikte gendernormen beperken de sociale veiligheid van leerlingen en studenten en staan hun ontwikkeling en keuzevrijheid in de weg. In dit artikel delen we 12 tips die je als onderwijsprofessional kunt toepassen in de praktijk en waarmee je werkt aan een positief, veilig en inclusief schoolklimaat met gelijke kansen voor alle leerlingen en studenten.

Wil je meer verdieping over wat gendernormen zijn en wat de invloed daarvan is op sociale veiligheid en gelijke kansen? Lees het artikel waarin Martje en Melissa – beleidsadviseurs bij School & Veiligheid – uitleg geven: Komt sociale veiligheid door gendernormen in gevaar?

Zo doorbreek je gendernormenGendernormen zijn de ongeschreven (of soms geschreven) regels en verwachtingen die een samenleving heeft over hoe mensen zich zouden moeten gedragen op basis van hun gender. Ze schrijven voor wat ‘hoort’.
Genderstereotypen zijn de vereenvoudigde, gegeneraliseerde beelden en overtuigingen over hoe mannen en vrouwen zijn. Ze beschrijven eigenschappen die aan een gender worden toegeschreven.
Het verband tussen beide: stereotypen en normen versterken elkaar voortdurend. Een stereotiep (‘vrouwen zijn van nature zorgzaam’) wordt de basis voor een norm (‘vrouwen moeten voor de kinderen zorgen’), en die norm wordt bevestigd door gedrag dat mensen vertonen omdat ze aan de norm willen voldoen waardoor het stereotiep in stand blijft.

  1. Check je lesmateriaal

    Bevatten boeken, lesvoorbeelden of examens stereotypen? Wie is de ‘expert’, de ‘leider’ of de ‘verzorgende’? Kijk hiernaar bij het uitzoeken van lesmethodes, leesboeken enzovoort. En voeg in je eigen voorbeelden bewust meer variatie toe.

  2. Gebruik counterstereotypen oftewel ‘tegenvoorbeelden’

    Laat bijvoorbeeld een vrouwelijke automonteur zien of een man in een zorgberoep. Zo stimuleer je flexibel denken en ontstaan minder genderstereotypen in het brein. Zo kunnen leerlingen meer mogelijkheden voor zichzelf en anderen (h)erkennen.

  3. Let op je taal in de klas

    Zeg liever ‘leerlingen’ dan ‘jongens en meiden’. Als je zegt ‘goedemorgen jongens en meiden’ benadruk je dat er twee categorieën zijn in de klas, en dat versterkt stereotype denken. En wees alert op woorden als ‘stoer’, ‘lief’ of ‘mannelijk/vrouwelijk’ als vaste labels.

  4. Stimuleer de emotionele vaardigheid bij alle leerlingen

    Dat kun je bijvoorbeeld doen door emoties die je ziet te erkennen en benoemen. Als leerlingen hun gevoelens kunnen herkennen en onder woorden brengen, helpt dit hen in de omgang met elkaar. Veel jongens ontwikkelen dit vermogen minder goed, omdat zij hierin minder begeleiding krijgen van volwassenen. Als je alle leerlingen hierin stimuleert, kan dat dus bijdragen aan een positieve en veilige sfeer in de klas.

  5. Kies je reactie op ongewenst gedrag bewust

    Reflecteer op welk ongewenst gedrag je ziet en hoe jij daarop reageert. Begrens je elke leerling gelijkwaardig? We zijn geneigd om gedrag dat afwijkt van het beeld dat we hebben minder op te merken of als minder ernstig te beschouwen. Zo weten we dat roddelen bij jongens bijna even vaak voorkomt als bij meiden, maar dat dit veel minder wordt herkend (en dus ook minder wordt aangepakt in de klas). Aan de andere kant wordt agressief gedrag bij meiden sneller geproblematiseerd dan bij jongens, omdat het niet past bij de norm en verwachting die we hebben van meiden.

  6. Onderzoek en merk eigen verwachtingen op

    Denk aan uitspraken als ‘meisjes plagen, kusjes vragen’, of ‘jongens moeten hun energie kwijt’. Of dat je ‘bazig’ sneller gebruikt voor een meid dan een voor jongen, of een aanleg voor wiskunde eerder opmerkt bij een jongen. Zulke verwachtingen zijn vaak onbewust en goedbedoeld maar ze beïnvloeden wél hoe leerlingen zichzelf zien en wat ze van zichzelf durven te verwachten.

  7. Maak taken en rollen bereikbaar voor iedereen

    Vraag niet ‘ik zoek een paar sterke jongens die kunnen helpen met sjouwen,’ maar ‘ik zoek een paar sterke kinderen die kunnen helpen met sjouwen’. Laat leerlingen rouleren in praktische taken én bijvoorbeeld leiderschap.

  8. Geef diverse complimenten aan alle leerlingen

    Geef complimenten over inzet, zorgzaamheid, samenwerking, competitiviteit, creativiteit en talent aan iedereen. Onbewust zijn we geneigd om meiden vaker complimenten te geven over bijvoorbeeld hun uiterlijk en behulpzaamheid en jongens vaker over hun kracht, prestaties of stoer zijn (bijvoorbeeld door niet te huilen). Daarmee wordt de ontwikkeling van leerlingen beïnvloed en worden gendernormen onbewust versterkt.

  9. Stimuleer gemengde samenwerking

    Help leerlingen om met verschillende klasgenoten samen te werken, zodat gescheiden groepjes minder vast worden. Stimuleer samenwerking in plaats van competitie. ‘Meiden tegen de jongens’ is bijvoorbeeld dus niet zo’n goed idee.

  10. Stel een duidelijke schoolbrede norm: bij ons op school hoort iedereen erbij

    Maak expliciet: pesten of buitensluiten omdat iemand afwijkt van een gendernorm (bijvoorbeeld in kleding, haar, hobby’s) is bij ons onacceptabel.

  11. Ga het gesprek aan in je team

    Bespreek met collega’s welke (onbewuste) verwachtingen jullie hebben over meiden en jongens en hoe je elkaar kunt helpen om anders te kijken en te handelen.

  12. Reageer actief op grappen of opmerkingen

    ‘Grapjes’ over bijvoorbeeld genderidentiteit, seksuele diversiteit of gedrag dat níet genderstereotiep is. Negeer dit soort grappen of opmerkingen niet, maar begrens ze en benoem de gewenste sociale norm. Dan schep je een veilige omgeving voor elke leerling.


Meer inspiratie en verdieping

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Al meer dan 15.000 abonnees ontvangen onze nieuwsbrief!

Meld je ook aan voor onze nieuwsbrief. Dan blijf je op de hoogte van de actuele ontwikkelingen rondom sociale veiligheid in het onderwijs.