Let op:  Ons Adviespunt is vanwege de zomervakantie gesloten van maandag 20 juli t/m zondag 16 augustus 2026. Maandag 17 augustus is het Adviespunt vanaf 9.00 uur weer bereikbaar. In geval van een calamiteit zijn onze Calamiteitenadviseurs 24/7 bereikbaar.

Adviespunt

Adviespunt en Calamiteitenteam

Heb je een vraag over sociale veiligheid of is er een calamiteit op school? Neem dan contact op met ons Adviespunt.

adviespunt@schoolenveiligheid.nl 030 285 66 16 Meer informatie
Beschrijving: Een groep kinderen die op een bank voor een hek zitten. School en Veiligheid

Discriminatie is verboden en schadelijk voor de sociale veiligheid en de ontwikkeling van jongeren. Maar wat kun je eraan doen? Op deze pagina vind je een aantal belangrijke tips om discriminatie tegen te gaan.

1. Ken het onderscheid tussen stereotypen en vooroordelen

Vooroordelen en stereotypes zijn belangrijke voorspellers van discriminatie.

  • Een stereotype is een overdrijving: een ongenuanceerde of karikaturiserende opvatting over een groep mensen. Dat kan positief, negatief of neutraal zijn.
  • Een vooroordeel is een negatieve associatie die mensen bij anderen hebben omdat ze hen tot een bepaalde groep rekenen. Het gaat hier om gevoelens.

Wanneer iemand sterke vooroordelen heeft, dan is de kans op discriminerend gedrag groter. Richt je daarom op het verminderen van vooroordelen en stereotypen.

Het herhalen van stereotypen maakt ze sterker in ons geheugen, zelfs als je ze probeert te ontkrachten. Deze worden dan toch geactiveerd in ons onbewuste brein (het “denk niet aan een roze olifant”-effect). Het is daarom beter stereotypen te vermijden en a-stereotypische voorbeelden te geven. “Denk aan vader Maarten die fulltime thuis is met de kinderen of aan Fatima die techniekdocent is.” Dit herstructureert de onbewuste associaties in het brein van mensen.

2. Beïnvloed de sociale norm

Een andere sterke voorspeller van discriminatie is de perceptie van de sociale norm: wat jij dénkt dat anderen normaal of acceptabel vinden. Als leerlingen verwachten dat de omgeving discriminatie afkeurt, doen zij harder hun best om niet te discrimineren. Verwachten zij dat het getolereerd of weggelachen wordt? Dan stijgt de kans op discriminatie aanzienlijk.

Als school en als onderwijsprofessional kan je deze norm actief beïnvloeden en sturen:

  • Spreek je altijd uit tegen discriminatie en bevestig leerlingen die discriminatie afkeuren of zich uitspreken voor inclusiviteit en gelijkwaardigheid.
  • Stel de wet niet ter discussie. Discriminatie is strafbaar en verboden in de grondwet. Stel daarom nooit de vraag of discriminatie is toegestaan. Een discussie hierover dient geen enkel doel en verzwakt de norm.
  • Voorkom discussies waarin leerlingen uit de meerderheidsgroep de ruimte krijgen om te oordelen of leerlingen uit een minderheid gelijke rechten en kansen zouden mogen hebben. Dit wekt de suggestie dat fundamentele mensenrechten onderhandelbaar zijn. Prikkelende stellingen als “de islam moet verboden worden” of “homo’s mogen niet trouwen” zijn daarom géén goed idee; ze legitimeren uitsluiting en verslappen de norm tegen discriminatie.
  • Wanneer je een leerling (of ouder) confronteert met een discriminerende uitspraak, schieten zij vaak snel in de verdediging. Onderzoek naar motivatie laat zien dat een verbindende stijl effectiever is. Vraag bijvoorbeeld om anders te kijken naar de situatie vanuit rechtvaardigheid, of spreek de empathie aan. Het helpt ook om positieve eigenschappen te weerspiegelen in de feedback: “Ik kan mij eigenlijk niet voorstellen dat je het echt meent want ik ken jou als iemand die juist met veel kinderen bevriend is.”
  • Moedig de stille middengroep in de klas aan om niet weg te kijken. Leerlingen die niet direct betrokken zijn, hebben de grootste invloed op de sociale norm wanneer zij subtiel maar duidelijk laten merken dat ze een discriminerende opmerking niet cool vinden.
  • Tot slot kun je ook inzetten op de diversiteit binnen groepen en de overeenkomsten tussen verschillende groepen. Dit doorbreekt het zwart-witdenken.

3. Wees je automatische brein te slim af

Ons brein houdt van snel en makkelijk denken, waardoor we vaak onbewust ‘automatische patronen’ gebruiken. Het gevaar hiervan is dat je (zonder dat je het doorhebt) anders reageert op een leerling door vooroordelen. Het is hierbij extra belangrijk goed op te letten bij bijvoorbeeld het beoordelen van een toets, het geven van een schooladvies of het reageren op gedrag in de klas.

Om te voorkomen dat je op de automatische piloot reageert, kun je het volgende doen:

  • Gebruik duidelijke afvinklijstjes of criteria; vertrouw bij het beoordelen van leerlingen niet op je onderbuikgevoel. Kijk bij het nakijken van toetsen of opdrachten als dat kan niet naar de naam van de leerling.
  • Praat er met collega’s over en vraag elkaar om af en toe kritisch mee te kijken. Stel elkaar vragen als “Waarom geven we deze leerling dit advies?” of “Kijken we wel eerlijk naar wat er in de klas gebeurde?” Zo help je elkaar om scherp te blijven.
  • Neem een paar seconden rust voordat je reageert op een situatie of een besluit neemt over een leerling. Zo geef je jezelf de tijd om na te denken in plaats van meteen te reageren.

4. Bevorder empathie: zorg voor echte en fijne ontmoetingen

Als leerlingen op een fijne manier contact hebben met iemand die anders is dan zijzelf, helpt dat heel goed om vooroordelen te verminderen. Een snelle of oppervlakkige ontmoeting werkt niet en kan stereotypes soms juist sterker maken. Denk hier als onderwijsprofessional dan ook goed over na hoe je dit wil aanpakken in de klas. Om te zorgen dat een ontmoeting werkt, kun je het volgende doen:

  • Zorg dat leerlingen elkaar echt leren kennen. Laat ze zich echt verplaatsen in het leven van de ander; het gaat erom dat ze gaan begrijpen hoe de ander zich voelt.
  • Ook als onderwijsprofessional is het belangrijk dat jij je leerlingen echt goed leert kennen. Neem hier ook de tijd voor. Jij als docent zet de norm.
  • Nodig gastsprekers uit en laat deze mensen in de klas vertellen over hun eigen leven. Bijvoorbeeld iemand die is gevlucht uit een ander land.
  • Laat via films, boeken en theater verhalen zien of lezen waarin leerlingen kunnen meeleven met iemand die uitsluiting of discriminatie meemaakt.
  • Zorg er bij opdrachten voor dat leerlingen als gelijken samenwerken aan een doel. Voorkom dat de ene groep het gevoel krijgt dat ze de andere groep ‘moeten helpen’.

Dit kun je doen op groepsniveau

  • Geef zelf het goede voorbeeld. Laat merken dat jij discriminatie afkeurt en dat iedereen erbij hoort. Gebruik in je lessen voorbeelden van allerlei verschillende mensen. Het is enorm belangrijk om je als onderwijsprofessional normerend op te stellen.
  • Onderzoek toont aan dat leraren (vaak onbewust) lagere verwachtingen hebben van leerlingen uit minderheidsgroepen, wat hun prestaties negatief beïnvloedt. Laat juist aan elke leerling merken dat je gelooft dat zij het kunnen. Leerlingen gaan daardoor beter presteren.
  • Kijk goed naar wat jouw klas nodig heeft; niet elke klas is hetzelfde. Sommige kinderen weten uit eigen ervaring hoe het voelt om gediscrimineerd te worden, terwijl anderen dat nog nooit hebben meegemaakt. Pas je gesprekken hierop aan.
  • Geef aandacht aan het thema discriminatie en maak dit bespreekbaar, ook al is dit lastig. Leerlingen moeten leren omgaan met diversiteit in mensen en opvattingen en ook leren dat ze niet alles mogen zeggen en doen.
  • Zorg voor goede voorbeelden. Laat jongeren kennis maken met mensen die enigszins anders zijn. Laat echter ook zien dat mensen waarmee zij zich identificeren zich uitspreken tegen discriminatie. Door andere leerlingen op school als voorbeeld te laten zien waaruit blijkt dat discriminatie wordt afgekeurd en diversiteit wordt goedgekeurd stel je een positieve norm. Leerlingen kunnen zich hierdoor respectvoller gaan gedragen.
  • Wanneer leerlingen discriminerende opmerkingen maken of anderen uitsluiten, begrens dan op de woorden die ze gebruiken. Nodig ze echter ook uit om te vertellen waar die opmerking vandaan komt. Zo blijf je in verbinding.
  • Laat leerlingen met elkaar in gesprek gaan en zet het ervaringsverhaal centraal. “Ik voelde me gediscrimineerd toen…”, of “Ik zag dat iemand anders werd gediscrimineerd en toen…”. Laat ze vooral luisteren, want zo kunnen ze zich inleven in het perspectief van de ander.
  • Gebruik opdrachten waarbij leerlingen uit verschillende groepjes met elkaar moeten samenwerken om een opdracht te maken. Samen iets bereiken zorgt voor een sterk groepsgevoel.
  • Zet in op meervoudige sociale identiteit. Als leerlingen zich verbonden voelen met verschillende groepen en zien dat ze meerdere identiteiten hebben, dan komen ze in aanraking met verschillen en zijn ze beter in staat van perspectief te wisselen.
  • Verbind verschillende vormen van discriminatie en benoem de overeenkomst. Discriminatie op grond van religie of huidskleur heeft als overeenkomst dat hier sprake is van het buitensluiten van mensen of van groepen.
  • Zet de groep in als mogelijkheid om steun te geven aan een individuele klasgenoot of een groep. Vraag hen wat ze zelf kunnen doen om te reageren op discriminatie.
  • Leg uit dat de wet discriminatie verbiedt. Vertel over de grondwet en de rechten van de mens. Zo begrijpen leerlingen dat de regels tegen discriminatie niet zomaar een mening van de school zijn, maar een belangrijke regel van ons hele land.

Dit artikel is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS).


Meer lezen

Kennisplatform Inclusief Samenleven

Volg ons op LinkedIn

Al ruim 5.000 mensen volgen ons op LinkedIn!

Wil jij ook op de hoogte blijven van de actuele ontwikkelingen rondom sociale veiligheid in het onderwijs? Volg ons dan op LinkedIn!