Adviespunt

Adviespunt en Calamiteitenteam

Heb je een vraag over sociale veiligheid of is er een calamiteit op school? Neem dan contact op met ons Adviespunt.

adviespunt@schoolenveiligheid.nl 030 285 66 16 Meer informatie
Het begrijpen van groepsvorming in de klas en werken aan positieve groepsvorming

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) wil dat scholen in 2035 inclusief zijn. Het idee is dat alle kinderen en jongeren naar een reguliere school in hun eigen wijk of dorp gaan. Of je nu een beperking hebt, extra hulp nodig hebt bij het leren of een andere specifieke achtergrond; de boodschap is dat iedereen erbij hoort. Maar de schooldeuren openzetten is pas de helft van het werk. Als je verschillende kinderen in één gebouw zet, verdwijnen vooroordelen en uitsluiting niet vanzelf. Wat is er nodig om de stap te maken naar een school waar iedereen er écht bij hoort?

Burgerschapsonderwijs als belangrijkste gereedschap

Om van een school een veilige plek te maken, is burgerschapsonderwijs het belangrijkste gereedschap. Wel moeten we af van het idee dat burgerschap een droog vak is over hoe de Tweede Kamer werkt; goed burgerschapsonderwijs gaat over hoe we elke dag op het schoolplein en in de klas met elkaar omgaan. Het is de plek waar leerlingen leren wat gelijkwaardigheid in het echt betekent.

Dat werkt het beste als je inzet op inleving. Vooroordelen ontstaan zelden door een gebrek aan feitenkennis, maar ontstaan door een gebrek aan inlevingsvermogen. Als leerlingen luisteren naar echte verhalen van anderen – of dat nu gaat over leven met een beperking, het meemaken van racisme of het gevoel anders te zijn – ontstaat er begrip. Dat doet veel meer dan een lijst met verboden en regels. Door ook te laten zien dat iedereen wel eens de ervaring heeft er niet bij te horen, ontstaat onderlinge solidariteit. Zo bouw je samen aan een norm waarin verschillen er gewoon mogen zijn. Hierbij is het extra belangrijk dat je als onderwijsprofessional stilstaat bij het feit dat inclusief onderwijs geen extra taak is voor op de vrijdagmiddag; het is de manier waarop je elke dag samen de school maakt en nadenkt over wat voor school je wil zijn.

Leraren zijn geen neutrale supermensen

In het bespreken van lastige onderwerpen of het aanpakken van discriminatie voelen leraren soms schroom. Er heerst vaak het idee dat je als onderwijsprofessional alles moet weten, altijd het goede voorbeeld moet geven en vooral ‘neutraal’ moet blijven. Maar: leraren zijn geen neutrale supermensen. Je hebt als leraar net zo goed je eigen opvoeding, achtergrond en onbewuste vooroordelen. In de hectiek van een schooldag kan je een verkeerde aanname maken of reageer je uit reflex niet handig op een situatie. Dan is het vooral belangrijk je daarop durft terug te komen.

Wat niet werkt is wegkijken onder het motto van ‘neutraliteit’. Als een leerling of collega een racistische ‘grap’ maakt of iemand buitensluit en er wordt niks gezegd, voelt dat voor de groep als een stilzwijgende goedkeuring. Je hoeft als leraar niet het perfecte antwoord klaar te hebben, maar je moet wel de grens markeren. Het is hierbij erg belangrijk om normstellend te zijn.

Wat kan je als school doen?

Scholen veilig en inclusief maken is naast het toegankelijk maken van het gebouw en de fysieke ruimte dus ook het belang inzien van het aanpakken van discriminatie en daarmee het bouwen aan veiligheid. Als je als school hiermee aan de slag gaat helpt het om te weten wat uit onderzoek effectief blijkt te zijn. In een Wat werkt-dossier dat is uitgebracht door het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) en Movisie ligt de focus op vier werkzame mechanismen waar het onderwijs zich mee bezig kan houden. Voor wie graag een beknopt overzicht wil van wat helpt tegen discriminatie, heeft KIS ook de belangrijkste do en don’ts op een rijtje gezet. In het kort:

Do’s: 
  • Ervaringsverhalen over discriminatie en inleving stimuleren: zowel jongeren als volwassenen krijgen vaak minder vooroordelen als ze zich inleven in mensen die gediscrimineerd worden. 
  • Consequent en herhaaldelijk de norm uitdragen dat discriminatie niet oké is: het is een goed idee om mensen die aanzien genieten of status hebben bij een bepaalde groep, te stimuleren om discriminatie duidelijk af te keuren; zij kunnen daarmee het goede voorbeeld geven aan anderen. 
  • Verschillende vormen van discriminatie aan elkaar verbinden en overeenkomsten laten zien: begin met de vorm van discriminatie waardoor mensen zich het meest geraakt voelen en verbind dit vervolgens aan andere vormen van discriminatie. 
  • Bewustwording stimuleren bij gemotiveerde mensen die vooroordelen kunnen beheersen: het kan effectief zijn om mensen te confronteren met dat zij zelf ook vooroordelen hebben en hen leren om die vooroordelen ‘onder de duim te houden’.  
Don’ts: 
  • Stereotypen herhalen: wanneer je stereotype beelden benoemt (‘alle moslims zijn…’ of ‘alle Surinamers doen…’) leidt dit tot versterking van stereotype beelden, zelfs als je naderhand uitlegt dat deze niet kloppen. 
  • Discriminatie en vooroordelen vooral ‘rationeel benaderen’: vooroordelen zijn niet rationeel, en daardoor dus ook moeilijk rationeel onderuit te halen.  
  • Discussies of debat organiseren: voorkom discussies of debatten over of (een bepaalde vorm van) discriminatie wel of niet oké is. Discriminatie is bij wet verboden en de wet ter discussie stellen doet af aan de invloed van deze wetgeving.  

Volg ons op LinkedIn

Al ruim 5.000 mensen volgen ons op LinkedIn!

Wil jij ook op de hoogte blijven van de actuele ontwikkelingen rondom sociale veiligheid in het onderwijs? Volg ons dan op LinkedIn!