Groepsvorming verloopt in fases
Een groepsproces waarop géén bewuste invloed door een leraar wordt uitgeoefend, doorloopt een aantal fases. Dit patroon start grofweg elke keer opnieuw na een langere vakantie, zoals de zomervakantie en de kerstvakantie. De precieze duur kan per fase verschillen. De volgende fases volgen elkaar chronologisch op:
- Forming: In deze fase komt de klas voor het eerst (weer) bij elkaar – ‘Wat is mijn relatie tot de rest van mijn klasgenoten?’
- Norming: Normen worden bepaald – ‘Hoe gaan we met elkaar om?’
- Storming: Posities in de klas worden ingenomen. Tumultueuze fase.
- Performing: Bij een positieve groepsvorming zijn de leerlingen in deze fase productief. Mogelijk wordt deze fase niet bereikt wanneer de groep niet (goed) is begeleid. In dat geval stokt het proces.
- Reforming (evaluatie): Fase waarin duidelijk wordt dat het einde van de groepssamenstelling nadert.
De groepsvorming sturen
Als leraar stuur je het groepsproces door op het volgende te letten:
- Wees je bewust van de genoemde fases in groepsvorming.
- Wees je bewust van jouw rol. Een leraar is onderdeel van de groep en heeft hierin de leidersrol.
- Speel constant in op wat je ziet.
- Benader je groep positief.
Voorbeelden van praktische sturingstips per fase
1. Tips voor de forming fase
- Sta op de eerste dag in de deuropening en begroet iedereen. Geef de leerlingen een hand en maak oogcontact.
- Maak jouw voornemen voor het jaar duidelijk. Bijvoorbeeld: ‘Mijn voornemen is dat wij de leukste klas van de school worden.’
- Laat de leerlingen hierna opschrijven hoe zij een leuke klas voor zich zien. Maak hiervan een top vijf en bespreek dit klassikaal. Willen de leerlingen ook dat de klas zo met elkaar omgaat? De uitkomst vormt de basis voor de omgang met elkaar.
- Doe spelletjes om elkaar beter te leren kennen. Zie voor voorbeelden Handboek positieve groepsvorming (Bakker-de Jong & Mijland, 2009).
- Lees onze informatie over de Gouden Weken, de eerste weken van het schooljaar die bij uitstek geschikt zijn om een fundament neer te zetten voor een goede groepsvorming en fijne sfeer.
2. Tips voor de norming fase
- Blijf letten op een respectvolle omgang met elkaar. Noem leerlingen bij hun naam en laat je interesse van tijd tot tijd blijken. Het is van belang dat iedereen elkaar steeds beter leert kennen.
- Laat de klas gezamenlijk besluiten nemen. Dit bevordert samenwerking.
- Benadruk in deze fase de overeenkomsten, niet de verschillen tussen de leerlingen. Zie hiervoor de voorbeeldoefening.
3. Tips voor de storming fase
- Het proces van het uitvechten van de posities in de groep zal milder plaatsvinden in het begeleide groepsproces, waarbij je storming en norming omdraait.
- Als de hiërarchische strijd uit de hand loopt spreek je de leerlingen aan op de omgangsnormen die in de forming-fase zijn bedacht. Omdat zij deze zelf hebben opgesteld zijn de leerlingen hier gevoelig voor.
- Geef positieve feedback bij goed gedrag.
4. Tips voor de performing fase
- De kans is groot dat door juiste begeleiding een positieve werksfeer is ontstaan. Toch blijft het groepsproces kwetsbaar. Blijf vooral goed observeren wat er gebeurt op groepsniveau en speel hierop in.
5. Tips voor de reforming fase
- Wanneer de groepsvorming prettig is verlopen voor de leerlingen kan het uit elkaar gaan lastig zijn. Een uitstapje of etentje is daarom in deze fase een goede afsluiting van het samenzijn.
De verschillende rollen bij groepsvorming
Iedereen heeft op school zijn eigen rol om het groepsproces op een positieve manier te laten verlopen. Allereerst begint dat bij het goede voorbeeld van de schoolleiding aan haar medewerkers zelf. Heerst er onder de medewerkers een veilige sfeer? Ook de leraren vervullen een gezamenlijke rol, evenals de ouders van de leerlingen. Deze gezamenlijke inspanning is van groot belang.
De rol van de schoolleiding
- Zet groepsdynamica op de agenda. Door aandacht voor dit thema ontstaat een veiligere sfeer waardoor minder pestgedrag kan ontstaan en beter gepresteerd wordt.
- Laat de eerste kennismaking met klassen altijd gebeuren door de mentor (vo). Dit is de persoon die een stabiele basis biedt aan de leerlingen.
- Organiseer gemeenschappelijke (informele) activiteiten voor de leerlingen (sportmiddagen, gezamenlijke maaltijden, open podia).
De rol van de leraren
- Let erop dat jij onderdeel bent van de groep en dat je vanuit die rol een leiderspositie in kan nemen. Je rol is bepalend.
- De mentor (vo) is leidend in het begeleiden van het groepsproces. Als mentor betrek je de andere collega’s actief na de forming fase bij het proces.
- Blijf met elkaar in gesprek over wat groepsdynamisch gezien wordt in de groep. Jullie hebben samen de puzzelstukjes in handen.
De rol van de ouders
- De ouders zijn verantwoordelijk voor hun kind. Het is daarom belangrijk om goed contact te onderhouden met hen als leraar. Laat op de ouderavonden blijken dat je aan de kant staat van hen en het kind. De ouders moeten weten en voelen dat gezamenlijk met de school wordt opgetrokken voor een veilig klimaat.