Let op: onze helpdesk is gesloten vanaf maandag 26 juli tot en met zondag 22 augustus. Voor dringende vragen in deze periode kun je contact opnemen met het bedrijfsbureau: 030-2856531 of secretariaat@schoolenveiligheid.nl.

Bij een ernstige calamiteit kun je telefonisch contact opnemen met een van de crisisadviseurs van het calamiteitenteam:  Ine Spee, 06-44525101 of Lynn Louwe, 030-2856513 (niet tussen 26 juli t/m 6 augustus).

Helpdesk
Winkelwagen

Bemiddeling kan ervoor zorgen dat partijen tot een oplossing komen bij klachten op school. Vertrouwenspersonen krijgen om die reden te maken met bemiddeling. Maar vaak heerst er onduidelijkheid. Wat verstaan we onder bemiddeling? En wie voert de bemiddeling uit? School & Veiligheid beantwoordt deze vragen en geeft uitleg over bemiddeling in relatie tot het vertrouwenswerk op school.

Wat is bemiddeling?

Bij bemiddeling komen partijen zélf tot een voor hen beiden aanvaardbare oplossing voor hun conflict. De bemiddelaar treedt daarbij op als neutrale procesbegeleider. Er wordt ook regelmatig gesproken over mediation. Dat kan gezien worden als een geformaliseerde vorm van bemiddeling onder leiding van een erkende mediator.

Waarom bemiddeling?

Eén van de voordelen van een bemiddeling is dat naast het zoeken naar een oplossing voor het probleem ook aandacht is voor relatieherstel, zodat partijen weer met elkaar verder kunnen. Dit in tegenstelling tot een klacht die via de klachtencommissie verloopt. In die gevallen kunnen de verhoudingen verder verstoord raken.

De rol van de vertrouwenspersoon bij bemiddeling

In veel klachtenregelingen van scholen wordt bij de taakomschrijving van de vertrouwenspersoon over ‘bemiddeling’ gesproken. Deze zijn van gebaseerd op de modelklachtenregeling uit 1998 waarin staat:

Artikel 3:
Aanstelling en taken van de vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt.

In de taakomschrijving staat omschreven dat de vertrouwenspersoon ten dienste staat van de klager. De vertrouwenspersoon treedt daarom nooit zelf op als bemiddelaar omdat een onpartijdige bemiddeling dan niet mogelijk is. Bemiddeling wordt uitgevoerd door een neutrale partij. Dat zal een externe bemiddelaar zijn, zoals een erkende mediator. Een collega-vertrouwenspersoon wordt ook niet ingezet als bemiddelaar, omdat deze anders niet meer inzetbaar is als vertrouwenspersoon voor partijen die bij de bemiddeling betrokken zijn.

De taak van de vertrouwenspersoon ten aanzien van bemiddeling bij klachten kan zijn:

  • Nagaan of de klacht zich leent voor bemiddeling. (Zie Voorwaarden voor bemiddeling).
  • Nagaan of de klager en de andere partij (aangeklaagde) beiden bereid zijn om via bemiddeling tot een oplossing te komen.
  • Het organiseren van bemiddeling. Inschakelen neutrale derden.
  • Het begeleiden van de klager bij de bemiddeling. (Uitleg geven hoe het in zijn werk gaat. Vergezellen naar gesprekken, maar daarbij niet aanwezig zijn).
  • Het verlenen van nazorg na afloop van de bemiddeling. (Zie Na de bemiddeling).
  • De klager wijzen op de overige mogelijkheden van klachtafhandeling als de bemiddeling niet slaagt
  • Registratie van de klacht en de afhandeling.

Voorwaarden voor bemiddeling

Bemiddeling is gebonden aan de volgende voorwaarden:

  • Het conflict betreft geen (vermeend) zedendelict.
  • Beide partijen hebben belang bij het oplossen van het conflict.
  • Beide partijen gaan de bemiddeling vrijwillig aan (te beginnen met de klager).
  • Beide partijen hebben vertrouwen in de bemiddelaar.
  • De bemiddelaar is onpartijdig.
  • De bemiddelaar is deskundig in het begeleiden van bemiddelingsprocessen.
  • De in de bemiddeling gemaakte afspraken worden vastgelegd en gecontroleerd.
  • Beide partijen nemen vertrouwelijkheid in acht rondom de bemiddeling.

Het traject

Een bemiddeling bestaat uit een serie gesprekken die met beide partijen, liefst in elkaars aanwezigheid, worden gevoerd. De bemiddelaar treedt op als neutrale procesbegeleider. Een bemiddelingstraject doorloopt een aantal fasen. Het traject kan er steeds anders uitzien. Soms is slechts één bemiddelingsgesprek voldoende, maar meestal is een serie gesprekken noodzakelijk om met de partijen tot gezamenlijke afspraken te komen.

Na de bemiddeling

Enige tijd na de bemiddeling zal de bemiddelaar zich ervan overtuigen of de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst daadwerkelijk door beide partijen worden nagekomen. De vertrouwenspersoon is hier verder niet bij betrokken. Wel kan de vertrouwenspersoon als onderdeel van de klachtbegeleiding nazorg verlenen door bij de klager na te gaan of de klacht nu is weggenomen. Uiteraard moet dit wel vooraf met de klager als onderdeel van de procedure zijn afgesproken.

Als bemiddeling niet lukt

Het is mogelijk dat het niet lukt de klacht op te lossen door bemiddeling. In sommige gevallen escaleert de klacht zelfs doordat de klager de bemiddeling ervaart als ‘doekje voor het bloeden’, de neutraliteit van de bemiddelaar in twijfel getrokken wordt, de bemiddelaar onderdeel wordt van het conflict of doordat de bemiddelaar onvoldoende competent is. Als de bemiddeling niet tot een oplossing leidt, dan staan voor de klager de wegen open naar interne klachtafhandeling via het schoolbestuur of via de klachtencommissie. De vertrouwenspersoon kan de klager in deze klachttrajecten begeleiden.

Registratie

Registratie van klachten en meldingen behoort tot de basistaken van de vertrouwenspersoon. Hiermee houdt de vertrouwenspersoon overzicht over de klachtafhandeling. Ook als voor het oplossen van de klacht wordt gekozen voor bemiddeling, is het zaak dat de vertrouwenspersoon de klacht en de uiteindelijke afhandeling registreert. Als dat niet gebeurt bestaat het gevaar dat een mogelijke volgende klacht tegen eenzelfde persoon een eerste klacht lijkt.

Wij zijn Stichting School & Veiligheid. Wij ondersteunen scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Dit doen wij door:

Creëer een sociaal veilige sfeer op school