Adviespunt
Winkelwagen

Hebben we verschillende verwachtingen van jongens en meiden? Kunnen leerlingen veilig zichzelf zijn? Hebben ze de vrijheid om eigen keuzes te maken? School & Veiligheid onderzoekt hoe gewerkt kan worden aan meer gendergelijk(waardig)heid in het po, vo en mbo. In 2020 was er de Genderwijs-conferentie, in 2021 deden we een verkenning en in 2022 gaan we verder met deze resultaten.

De verkenning

In 2021 onderzocht School & Veiligheid hoe gewerkt kan worden aan meer gendergelijkheid= gelijkstelling, gelijke waardering en gelijke behandeling van mensen met een verschillend geslacht, gender of seksuele geaardheid in het maatschappelijk verkeer en voor de wet. in het po, vo en mbo bron.  De verkenning werd uitgevoerd door Elsemiek Schepers en Maaike Kluit met steun van het ministerie van OCW, directie Emancipatiezaken. Het doel: meer gendergelijkheid in de samenleving.

Minister Dijkgraaf van OCW deelde dit verkenningsrapport op 12 mei 2022 met de Tweede Kamer in zijn brief ‘Visie op genderverschillen in het onderwijs en reactie op rapporten van de Onderwijsraad en Stichting School & Veiligheid’.

In ‘School, Gender & Veiligheid; Een verkenning naar de bijdrage van het onderwijs aan gendergelijkheid’ brachten we in kaart welke normen er in het onderwijs zijn ten aanzien van gender in onze cultuur, en welke invloed die hebben op sociale veiligheid, keuzevrijheid en kansengelijkheid. En we onderzochten welke interventies, acties en uitkomsten concreet nodig zijn voor verdere bewustwording. Hiertoe voerden we gesprekken met onderwijsprofessionals uit het po, vo en mbo over hun ervaringen en behoeftes. We stelden onder meer over vragen als:

Op welke manier kijk jij naar jongens en meiden in jouw klas?

Merk je wel eens dat je andere verwachtingen hebt ten aanzien van jongens en meiden?

Maak je onderscheid in hoe je de leerlingen of studenten aanspreekt?

Kunnen leerlingen veilig zichzelf zijn? Hebben ze de vrijheid om eigen keuzes te maken?

Ook gingen we te rade bij organisaties in de schil om de onderwijspraktijk en bij maatschappelijke organisaties. Ook aan hen vroegen we: Zou er iets moeten veranderen? Waarom wel of niet? Zo ja: wat dan? Hieruit bleek een eensgezinde wil om ongelijkheid tegen te gaan, en tegelijk een grote verscheidenheid in startpunten, wegen en manieren om onderweg te gaan.

Inzichten

De verkenning geeft talrijke inzichten en suggesties van onderwijsprofessionals op de vraag hoe het onderwijs kan bijdragen aan gendergelijkheid in de samenleving.

‘Volgens mij is een stap dat we erkennen dat we nog heel erg denken in hokjes. Waarom hebben we daar nou zo’n behoefte aan? Waarom geven we dat nou allemaal zo door?’

‘Ik denk dat een vrouwelijke rector een grotere invloed heeft dan dat er in een boek iemand wordt genoemd die een vrouwelijke directeur is.’

‘Ik denk dat ik het wel jammer vind dat jongens het gevoel hebben dat ze aan een bepaalde norm, een bepaald iets moeten voldoen, waarvan ik denk dat het ze niet helpt om te kunnen groeien, of om te kunnen zijn wie ze zijn. Evenals meisjes. (…) Ik denk dat het erg is dat een jongen denkt: ik moet me op een bepaalde manier voordoen, en dat ook meisjes dat denken.’

Verschillen

Iedereen kijkt door een andere bril naar dit onderwerp. Iedere gesprekspartner – onderwijsprofessional, bestuurder, vertegenwoordiger – blijkt op een ander punt in de bewustwording over het onderwerp gender te staan. Wat voor één vanzelfsprekendheid vormt, is voor de ander nog onbekend terrein waarop het ontbreekt aan voorbeelden. Daarnaast zien we ook dat respondenten soms principieel verschillende standpunten innemen.

‘Jaren geleden zei ik altijd: jongens, kom op, pak je boek even. En dan krijg je natuurlijk altijd de meisjes: we zijn geen jongens! Dat doe ik eigenlijk nooit meer. Ik zeg nu altijd: jongens en meiden.’

‘Bijvoorbeeld alleen al het ‘jongens en meisjes’ als ik de les begin. Dames en heren. Ik zeg nu altijd: beste leerlingen. Of lieve leerlingen. Maar soms vergis ik me nog wel eens.’

‘Als je de les opent. Ja, dat zit er zo ingebakken en ingeslepen, en toen dacht ik: eigenlijk is dat dus totaal niet inclusief (…). Ik betrapte me er van de week ook op, voor het eerst weer volledige groepen, en ik zeg: Meine Damen und Herren, en ik denk: oh ja! Dus ik zei: und alle die dazwischen gehören, dus iedereen die daar tussenin nog bij past. Maar goed, dan wordt het weer zo’n reuzenzin.’

Dilemma’s

Tijdens de verkenning keerden een aantal grote dilemma’s telkens terug. Hieronder staan deze belangrijkste dilemma’s geformuleerd als vragen.

  1. Is gender(on)gelijkheid een groot thema waar we niet omheen kunnen, of is het iets marginaals dat we niet groter moeten maken dan het is?
  2. Waar begint de invloed van het onderwijs en waar houdt deze op?
  3. Wie is aan zet? De leerkracht die verantwoordelijk is voor de dagelijkse lespraktijk, of de schoolbesturen en directies die in de positie zijn om te agenderen en beleid te maken?
  4. Wat doe je met de norm? Werkt het om een norm van gelijkwaardigheid te stellen, of roept dit juist weerstand op?
  5. Werkt een genderneutrale aanpak waarin voorbijgegaan wordt aan hokjes en labels, of werkt een sensitieve aanpak specifiek gericht op een bepaalde doelgroep (meestal jongens of meiden)?

Geen onwil, wel vragen

Veel professionals hebben behoefte aan (zelf)reflectie en uitwisseling met collega’s over hun normen en waarden, aannames, vooroordelen om te werken aan gendergelijkheid. Ze zijn zoekende naar manieren om die reflectie te realiseren: zowel in praktische zin als in termen van sociale veiligheid binnen de school.

Er is veel bereidheid, maar er is ook nog veel onwetendheid. Er is geen onwil, maar er zijn wel heel veel vragen. En er is onvoldoende taal; juist doordat gender zo impliciet verweven is in onze cultuur, in uitingen via taal en beeld en in rolmodellen, zijn we niet gewend erover te praten en ontbreekt het aan jargon.

Het lijkt zinvol om samen – schoolleiding, leerkrachten, ouders, leerlingen – in gesprek te gaan over welke denkbeelden, aannames en sociale invloeden ten grondslag liggen aan wat men in de praktijk tegenkomt.

Dat gesprek, waarin verschillende normen besproken kunnen worden en naast elkaar mogen bestaan, vraagt om een veilige schoolcultuur.

Drie scenario’s naar gendergelijkheid

Op basis van alle gesprekken die zijn gevoerd en de inzichten die zijn opgedaan, is een Theory of Change ontwikkeld: Een theorie om te komen tot een maatschappelijke verandering. In dit geval bestaat dit advies uit een drietal benaderingen of scenario’s voor een bijdrage van het onderwijs aan gendergelijkheid in de samenleving. Drie mogelijke benaderingen voor verdere bewustwording:

Afhankelijk van de behoefte en het doel dat je wil bereiken, kan een passend scenario worden gekozen. Of elementen uit de verschillende scenario’s kunnen gecombineerd worden ingezet.

De drie mogelijke benaderingen voor verdere bewustwording hieronder nogmaals in tekst:

Reflectie en betrokkenheid (midden)

  • Een brede uitnodiging tot (zelf)reflectie;
  • Samen zoeken naar taal en beeld om je uit te drukken over dit onderwerp;
  • Creëren van bewustwording dát er verschillende denkbeelden over gender en gendernomen bestaan.

Een zichtbare agenda voor gendergelijkheid (links)

  • Gendergelijkheid wordt gezien als een van de grote en urgente uitdagingen van deze tijd;
  • Er wordt een duidelijke norm gesteld door de overheid

Aansluiten bij verwante thematiek (rechts)

  • Gendergelijkheid krijgt aandacht binnen al actuelere en toegankelijker thema’s en waarmee een logische samenhang bestaat;
  • Bijvoorbeeld meeliften op kansengelijkheid, (seksuele) diversiteit en inclusie, burgerschap, of sociale veiligheid.

 


Wat voorafging

Conferentie Genderwijs 2020

In 2020 startten we met een brede verkenning naar de plek van jongens en meiden in het onderwijs. Aandacht voor sociale veiligheid was hier onderdeel van. Dit resulteerde in onze goed gewaardeerde conferentie Genderwijs op 14 oktober 2020.

De conferentie kun je terugkijken op de Genderwijs-pagina. Hier vind je ook filmpjes, inzichten en aanbevelingen waarmee je aan de slag kunt in de klas.

Normen en verwachtingen rondom gender blijken een rol te spelen in sociale veiligheid, door de hele schoolloopbaan heen. Heersende gendernormen die bijdragen aan genderongelijkheid roepen onveilige situaties op. Bijvoorbeeld als het gaat om seksuele intimidatie. Maar ook wanneer kinderen en jongeren buiten de gendernormen vallen – dus niet voldoen aan wat in hun omgeving voor hun gender als ‘normaal’ wordt beschouwd – kunnen ze mikpunt worden van pestgedrag, agressie en geweld. Kortom: gendernormen kunnen leiden tot onveiligheid, tot beperking in de keuzevrijheid en tot ongelijke kansen.

Rapport Onderwijsraad

In dezelfde periode in 2020 lanceerde de Onderwijsraad het verkenningsrapport over sekseverschillen in het onderwijs. Hierin verklaart de raad de verschillen in loopbaan tussen jongens en meiden. Uit dit rapport blijkt dat deze vooral samenhangen met bewuste en onbewuste denkbeelden over gender. Bijvoorbeeld over waar jongens en meiden goed in zijn en over beroepen die bij hen passen. Deze denkbeelden kom je overal tegen, ook in het onderwijs: zoals in lesmateriaal, in verwachtingen en gedrag van leraren, in loopbaanoriëntatie en -begeleiding.

Volgens de Onderwijsraad heeft het onderwijs een taak in het verkleinen van de verschillen tussen jongens en meiden in hun loopbanen in school en beroep.

 

Wij zijn Stichting School & Veiligheid. Wij ondersteunen scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Dit doen wij door:

Creëer een sociaal veilige sfeer op school