Helpdesk
Winkelwagen

Discriminatie

po vo mbo

Over discriminatie

In een sociaal veilige school doet iedereen mee en heeft iedereen het gevoel erbij te horen. Discriminatie staat hier haaks op. Toch komt discriminatie helaas voor. Iedereen heeft vooroordelen en iedereen discrimineert. Mensen worden buitengesloten omdat ze worden gezien als anders.


Er zijn twee vormen van discriminatie:

  • Feitelijke discriminatie: Discriminatie betekent dat er onterecht verschil wordt gemaakt in de behandeling van mensen. In artikel 1 van onze grondwet staat ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’
  • Ervaren discriminatie: Ook al is formeel en juridisch geen sprake van discriminatie, toch kan het voorkomen dat mensen zich gediscrimineerd voelen. Het kan gaan om negatieve bejegening en het ervaren van ongelijke behandeling. (zie Rapport SCP – Ervaren discriminatie in Nederland 2019)

Of iets discriminatie is of niet, is niet altijd duidelijk. Mensen twijfelen soms of ze wel gediscrimineerd zijn. Hetzelfde geldt voor de ‘dader’. Ook al is het niet je bedoeling om te discrimineren, het kan zijn dat je als docent handelt op basis van onbewuste vooroordelen en stereotypen en daardoor prestaties van leerlingen beïnvloedt.

Uitsluiting is niet altijd discriminatie

Bij discriminatie wordt verschil gemaakt op basis van kenmerken die er niet toe doen in die specifieke situatie. Als een leerling een lager schooladvies krijgt dan een klasgenoot omdat die klasgenoot beter presteert, dan is er geen sprake van discriminatie. Er is wél sprake van discriminatie als de leerling een lager advies krijgt vanwege etniciteit of geslacht.

Natuurlijk kan ook uitsluiting van individuele leerlingen of groepen leerlingen zorgen voor een onveilig klimaat. Hier lees je meer over pesten.

Gevolgen van discriminatie

Discriminatie kan op lange termijn gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van kinderen. Het kan moeilijker zijn om vriendschappen aan te gaan, waardoor leerlingen zich eenzaam kunnen voelen of gepest worden. Dit kan leiden tot gedragsproblemen. Maar het heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid. Hoe meer discriminatie kinderen ervaren hoe groter de kans op een negatief zelfbeeld of een gevoel van minderwaardigheid.

Discriminatie aan de orde stellen is niet altijd makkelijk, wel noodzakelijk. Niet alleen omdat het verboden is, maar omdat ervaren discriminatie ongrijpbaar is. Het kan zorgen voor een onveilige sfeer in de school en invloed hebben op de leerresultaten en het plezier om naar school te gaan.


Meer lezen

 

 

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Ervaren discriminatie in het onderwijs gestegen

vomboDiscriminatiePestenSeksuele diversiteitToon nog 2 tags

In een sociaal veilige school hoort iedereen erbij. Discriminatie staat haaks op die gedachte. Het SCP-rapport Ervaren discriminatie II laat echter zien dat de omvang en vorm van ervaren discriminatie in het onderwijs reden tot zorg is.

Een sociaal veilige school in aanloop naar Sinterklaas

vomboDiscriminatiePedagogisch klimaatSpanning en discussie in de klasToon nog 2 tags

Scholen denken na over de manier waarop het Sinterklaasfeest aandacht krijgt. In de publicatie ‘Een sociaal veilige school in aanloop naar Sinterklaas’ vind je tips hoe je dit veilig kunt aanpakken op jouw school.

Veilig feesten in het primair onderwijs

poSeksuele integriteitBurgerschapsvormingDiscriminatieOmgaan met seksualiteitPedagogisch klimaatSeksuele grensoverschrijdingToon nog 4 tags

Hoe houd je Sinterklaas, Kerst en andere feestelijkheden op de basisschool veilig en plezierig? Lees de informatie en tips voor een veilig feesten op school.

In de klas

Kinderen hebben contact met andere kinderen; op school, op straat en thuis. Ze maken van kleins af aan kennis met andere mensen, culturen en achtergronden. Ze zien dat er soms verschil wordt gemaakt tussen mensen. De één wordt anders behandeld dan de ander. Als een kind wordt gediscrimineerd – op basis van persoonlijke kenmerken – of dat veel om zich heen ziet gebeuren, dan kan dit zorgen voor onzekerheid en gevoelens van afwijzing.

We zijn verschillend, maar wel gelijkwaardig

Als leraar is het belangrijk om inhoud te geven aan het woord gelijkwaardigheid. Geef voorbeelden van mogelijkheden voor alle leerlingen. De één speelt graag met lego, de ander gaat voetballen. De één knutselt liever, terwijl de ander muziek wil maken. De één is een kei in rekenen en de ander in lezen. Laat zien dat elk kind interesses, talenten en mogelijkheden heeft. Het ene is niet beter dan het andere, het is anders. Daarmee krijgen kinderen zelfvertrouwen en leren ze omgaan met verschillen.

De rol van de leraar

Spreek je uit tegen discriminatie en voor gelijkwaardigheid. Zeg dat het niet oké is dat een kind wordt uitgescholden of niet mee mag doen vanwege uiterlijk of andere persoonlijke kenmerken. Zo zien je leerlingen dat je voor hen opkomt en beïnvloed je de sociale norm in de groep.
Wees je bewust van je houding: Kinderen gaan af op de houding van de persoon die iets vertelt, voorleest of een vriendschap goedkeurt. Wees positief over jezelf en over je achtergrond, maar ook over anderen. Laat zien dat je nieuwsgierig bent naar andere (groepen) mensen en andere gebruiken.
Jij bent een voorbeeld voor je leerlingen. Wat jij doet, heeft meer effect dan wat jij zegt. Wanneer kinderen zien dat je positief omgaat met leerlingen met (bijvoorbeeld) een migratieachtergrond, dan krijgen ze door jouw voorbeeld een positievere houding naar minderheidsgroepen.
Veiligheid sluit onveiligheid niet uit: Als leerkracht wil je dat je leerlingen zich veilig voelen in de klas en in de school. Toch is het niet nodig om weg te blijven van onveiligheid. Kinderen die van jongs af aan leren zich staande te houden in een samenleving die niet altijd rechtvaardig en eerlijk is, hebben een voorsprong. Wanneer jij dat leerproces veilig kunt maken, leren je leerlingen hoe ze veerkrachtig kunnen omgaan met onveilige situaties.

Gericht op de individuele leerling

Toon interesse: Ken je leerling en wees geïnteresseerd in wat hij meemaakt. Een kind dat hoort tot een groep die in der minderheid is, wordt vaker uitgescholden. Wees sensitief voor signalen en heb het erover.
Luister en vraag door: Wanneer een leerling met je wil praten over een situatie met betrekking tot discriminatie, vraag dan wat er is gebeurd. Koppel de feiten (Wat zag je? Wie waren erbij? Wat deed je?) aan emoties (Wat voelde je? Was je boos, bang?”). Vraag ook of er anderen bij waren en hoe zij reageerden. Je kunt het er ook samen over hebben wat de leerling een volgende keer kan doen. Dit kan de weerbaarheid vergroten. Geef altijd aan dat een leerling bij jou terecht kan voor steun en hulp.
Betrek anderen: Het kan zijn dat ouders of andere collega’s moeten worden betrokken. Vraag wat de leerling zelf zou willen, maar neem ook je verantwoordelijkheid: Zo laat je zien dat je de leerling steunt en dat jij als volwassene actie onderneemt.

Gericht op de klas

Organiseer ontmoeting: Vooroordelen verminderen door ontmoeting en positief contact. Een klas kan daarvoor een ideale plek zijn. Stimuleer vriendschappen tussen kinderen met verschillende achtergronden. Voorwaarde is wel dat persoonlijke informatie wordt gedeeld door bijvoorbeeld te zeggen waar je bang voor bent of wat je moeilijk vindt.
Als persoonlijk contact niet mogelijk is, dan helpt ook een denkbeeldig contact. Bijvoorbeeld: Stel je voor hoe het zou zijn om contact te hebben met iemand die anders is dan jij. Om dit succesvol te laten zijn, moet je dit wel nabespreken in de groep.
Laat kinderen samenwerken: Het is niet genoeg dat kinderen bij elkaar in de klas zitten. Laat ze actief samenwerken. Zorg ervoor dat ze in verschillende groepjes werken en geef opdrachten waarbij ze alleen samen een resultaat kunnen halen en afhankelijk zijn van elkaar.
Toon de positieve norm: Kinderen zijn gevoelig voor sociale normen en nemen die over. Laat zien wat in deze klas de positieve norm is, zodat ze leren wat wenselijk is. Sluit aan bij intrinsieke motivatie: Het is beter om iets te doen omdat het goed is om te doen, dan om straf te voorkomen.
Heb aandacht voor de minderheid: Sommige groepen hebben te maken met hardnekkige negatieve beeldvorming. Die verdienen extra aandacht. Wanneer de eigen groep wordt bedreigd, dan hebben negatieve normen over andere groepen meer invloed. Positieve normen over het goed behandelen van anderen, hebben in deze situatie minder invloed. Als kinderen zich meer geaccepteerd voelen, dan nemen ze sneller de groepsnormen over.

  • Kennis doet ertoe.
    • Leg uit wat discriminatie is en wat vooroordelen en stereotypen zijn. De Anne Frank Stichting biedt materiaal aan om vooroordelen en stereotypen uit te leggen.
    • Als kinderen meer kennis krijgen over mensen uit andere culturen en horen over hun geschiedenis en sociale omstandigheden, dan kan dit er mogelijk voor zorgen dat ze een positievere houding krijgen ten aanzien van mensen die minder op henzelf lijken
    • Reik ‘counter-stereotypen’ aan. Geef voorbeelden van niet-stereotype beroepen. Niet alle vaders werken en moeders kunnen werken als brandweervrouw. Pas op dat je stereotypes niet herhaalt: deze krijgen dan de nadruk en worden zelfs versterkt terwijl dat niet de bedoeling is. Verhalen met positieve voorbeelden van mensen die ‘anders’ zijn, helpen om vooroordelen te verminderen.
  • Toon vriendschap en verschil: Laat kinderen met een verschillende achtergrond zien in verhalen, boeken en films. Het zien van vriendschappen tussen mensen die verschillen in afkomst heeft effect op het voorkomen van discriminatie.
  • Train empathie: Inlevingsvermogen en empathie kun je trainen. Stel de vraag: “Hoe zou die ander zich voelen?”
  • Ontwikkel een gezamenlijke groepsidentiteit met ruimte voor verschil: Creëer een wij-gevoel: Op deze school of in deze klas hoort iedereen erbij. In onze klas spelen en leren we samen. In deze groep doet iedereen mee. Erken echter ook de andere groepen waartoe kinderen zich voelen behoren. Maak ruimte voor onderlinge verschillen, maar categoriseer leerlingen niet in groepen van jongens of meisjes of andere groepen, want dit bevordert vooroordelen.
  • Benader een kind als individu: Ga er vanuit dat ieder kind eigen opvattingen heeft en spreek niemand aan op religie of afkomst. Het doet er niet toe wat iemand vindt ‘als moslim’, als ‘meisje’, of als ‘homoseksueel’. Het doet ertoe wat iemand als persoon vindt.
  • Leeftijd is van belang:
    • Jonge kinderen leren vooroordelen doordat ze dit zien, vooral als ze worden geuit door rolmodellen als ouders en leerkrachten.
    • Leeftijdsgenoten hebben veel invloed op hoe kinderen naar andere groepen kijken.
    • Hoe ouder kinderen zijn, hoe gevoeliger zij lijken voor normen tegen discriminatie.

Onderzoek Opgroeien zonder vooroordelen van Kennisplatform Integratie & Samenleving vormt de basis van deze tips.

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Zo ondersteun je een leerling die zich gediscrimineerd voelt

vomboDiscriminatie

Om een leerling goed te ondersteunen moet je de coping strategie herkennen en weten welke stappen je kunt zetten om de weerbaarheid en de coping strategie te versterken.

Zo pak je discriminatie aan in de klas

povomboDiscriminatieToon nog 1 tags

Discriminatie is verboden en onwenselijk. Maar wat kun je eraan doen? In dit artikel staan belangrijke tips en handreikingen om discriminatie tegen te gaan.

Groepsdynamica in de klas

povoPedagogisch klimaatPestenToon nog 1 tags

Vanuit het perspectief van de leraar zetten we uiteen hoe je de groepsdynamica in de klas kunt sturen en de groepsvorming een positieve wending geeft.

In het team

Ook in onderwijsteams komt discriminatie voor. Het bespreekbaar maken van discriminatie gaat niet vanzelf. De dynamieken die zich voordoen bij leerlingen en in de klas doen zich ook voor bij leerkrachten en in het team. Net als de leraar in de klas, kan de teamleider hier een rol spelen. Onderlinge steun is van groot belang.

Je kunt je eenzaam voelen bij discriminatie. Zeker als je het hierover wilt hebben met collega’s of leerlingen en je teamgenoten er niet voor open staan. Een gedeelde ambitie, gezamenlijke aanpak en gedragen schoolvisie zijn dan behulpzaam. Het vergroten van begrip en respect in de school en de samenleving is een gezamenlijke taak. Het vraagt om bewustzijn dat je samen het goede voorbeeld moet geven. Onderlinge steun is belangrijk.

Vragen die je kunt stellen in een teamoverleg:

  • Is er in onze school sprake van uitsluiting?
  • Hoe open en democratisch is onze schoolcultuur?
  • Wat speelt er in ons team, bij leerlingen en hoe reageren we daarop?
  • Hoe spreken we hierover met elkaar?
  • Welke vooroordelen hebben wij en hoe voorkomen we dat deze invloed hebben ons handelen?
  • Hoe staat het met diversiteit in ons team?
  • Bij wie kunnen we terecht wanneer we het zelf niet kunnen oplossen?

Was deze info nuttig?

In de school

Visie van de school en gedragsregels

In de visie van veel scholen wordt beschreven welke uitgangspunten in de school en het onderwijs centraal staan. Scholen hebben een belangrijke rol bij het bevorderen van integratie en burgerschap. Respect ontwikkelen voor diversiteit en alert zijn op discriminatie zijn hier onderdeel van. Het is belangrijk om de visie te vertalen naar gedragsregels, waar mogelijk samen met leerlingen, en oog te hebben voor morele dilemma’s die zich voordoen. Daarvoor kun je gebruik maken van het spel Gedragen Gedrag en de Struisvogeltool.

Gedragen gedrag

 

Gesprekstool Struisvogel sessie

Burgerschap

Dat er niet wordt gediscrimineerd is voor veel scholen logisch, maar dat moet ook ingebed zijn in de omgang met elkaar. Belangrijk is dat iedereen goed weet wat discriminatie precies is. Met één les over discriminatie ben je er niet. Maak discriminatie onderdeel van het veiligheidsbeleid van de school. Herhaal de afspraken en gedragsregels die binnen de school bestaan of die je met je klas hebt gemaakt.

Vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon kan een rol vervullen als het gaat om signaleren van, voorkomen en omgaan met discriminatie als vorm van ongewenst gedrag. Leerlingen en ouders kunnen hier terecht wanneer ze een discriminerende uitspraak of situatie willen melden of een klacht willen indienen. Elke klacht of melding is aanleiding om te kijken hoe het beter kan en of het schoolbeleid aangepast moet worden.

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Gedragsregels in het onderwijs

povoAgressief gedrag

Wat zijn goede gedragsregels voor jouw school? Waar moeten ze aan voldoen? Hoe kun je ze samen opstellen? In dit artikel vind je de belangrijkste punten waar je aan kunt denken als je bezig bent met de gedragsregels voor je school.

Wet- en regelgeving

Scholen zijn verplicht discriminatie tegen te gaan. Dit is vastgelegd in

  • de Grondwet:
    Artikel 1 – Gelijke behandeling en discriminatieverbod
    Artikel 6.1 – Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
    Artikel 23 – Vrijheid van Onderwijs en eerbiediging van godsdienst en levensovertuiging
  • de Algemene Wet Gelijke Behandeling
    In deze wet is artikel 1 van de Grondwet nader uitgewerkt.
  • de Wet op het Primair Onderwijs
    Artikel 8, stelt dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving en dat het onderwijs gericht is op de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie. Ook hebben scholen de verplichting leerlingen kennis te laten maken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
    In de kerndoelen Primair Onderwijs is opgenomen dat leerlingen zich leren te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde normen en waarden (kerndoel 37). Aanvullend leren ze over geestelijke stromingen in onze samenleving en leren ze respectvol omgaan met (seksuele) diversiteit (kerndoel 38)
  • de Wet Veiligheid op school en de Arbowet verplichten scholen zorg te dragen voor het welbevinden van leerlingen en personeel.

Vrijheid van onderwijs

Artikel 23 van de Nederlandse Grondwet beschrijft de vrijheid van onderwijs.

  • Openbaar onderwijs is vrij toegankelijk en is niet gebaseerd op een godsdienst of een levensovertuiging. Er zijn geen toelatings- of kledingeisen. Scholen kunnen wel eisen dat leerkrachten de bij het openbare karakter behorende neutraliteit uitdragen.
  • Bijzonder onderwijs is niet neutraal en gaat niet uit van de overheid. Het is mogelijk dat hier toelatings- of kledingeisen gelden voor leerlingen en personeel, maar deze mogen niet gebaseerd zijn op ras, geslacht, nationaliteit, seksuele oriëntatie, politieke gezindheid of burgerlijke staat.

Tot slot zijn scholen verplicht zorg te dragen voor het welbevinden van leerlingen en personeel. De Wet Veiligheid op school en de Arbowet vormen hiervoor de basis.

Melden van discriminatie

Discriminatie kan gemeld worden bij:


Meer lezen

De Nederlandse Grondwet

Onderzoek Opgroeien zonder vooroordelen Kennisplatform Integratie & Samenleving

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Wet Veiligheid op school

povoVeiligheidsbeleid

Scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs zijn op basis van de wet Veiligheid op school verplicht zorg te dragen voor een veilige school. Wat houdt deze wet in? Wij bieden verwijzingen naar informatie en hulpmiddelen die helpen bij het in de praktijk brengen van de verplichtingen.

Wetgeving actief burgerschap en sociale integratie

povoBurgerschapsvorming

Scholen zijn wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. De overheid laat het aan de scholen zelf over hoe ze daaraan invulling geven.

Creëer een sociaal veilige sfeer op school