Adviespunt
Winkelwagen

Een vertrouwenspersoon integriteit (VPI) maakt onderdeel uit van een meldingsregeling voor misstanden. Je leest hier over de taken van een vertrouwenspersoon integriteit en de verschillen en overeenkomsten met een vertrouwenspersoon die is aangesteld voor klachten over ongewenst gedrag. Ook krijg je informatie over waar je rekening mee moet houden als je deze twee functies op school combineert.

 

Melden misstanden

Medewerkers die een mogelijk misstand (integriteitsschending) waarnemen binnen hun organisatie, kunnen dat intern melden. Organisaties moeten daarvoor beschikken over een meldingsregeling voor misstanden waarin de meldingsprocedure staat beschreven. Door de melding komt een organisatie een mogelijke misstand op het spoor en kan daarop een onderzoek instellen om een einde maken aan de misstand. Met de komst van de Wet Huis Klokkenluiders (1 juli 2016) zijn werkgevers met meer dan 50 werknemers verplicht een regeling vast te stellen voor het melden van een vermoeden van een misstand binnen de organisatie. Dit geldt ook voor schoolbesturen. Bekijk de voorbeelden van meldingsregelingen misstanden in het onderwijs.

Bij ernstige misstanden in het onderwijs kan gedacht worden aan: financiële malversaties, onjuiste opgave van leerlingenaantallen en manipuleren van toets uitslagen. Om ernstige misstanden, maar ook nalatigheid en ongewenst gedrag te kunnen toetsen, is de voorwaarde dat scholen beschikken over standaarden voor integriteit of een beroepscode. In tegenstelling tot andere sociale beroepen is er geen beroepscode voor onderwijspersoneel. Scholen dienen deze zelf op te stellen. School & Veiligheid heeft daarvoor richtlijnen opgesteld die je kunt gebruiken voor het opstellen van een eigen gedragscode voor medewerkers. Bekijk de Richtlijnen voor een Modelgedragscode voor schoolmedewerkers.

Vertrouwenspersoon integriteit

De vertrouwenspersoon integriteit heeft in de eerste plaats een klankbordfunctie voor medewerkers binnen de organisatie die komen met voor hen onaanvaardbare integriteitskwestie. Daarnaast heeft de VPI een adviesfunctie. De VPI adviseert een melder over de te nemen stappen om de misstand correct aanhangig te maken. De VPI heeft ook een meldfunctie; als een melder de zaak niet aanhangig wil maken doet de VPI dit zelf namens en met instemming van de melder. De VPI kent voor het uitoefenen van deze functies het volgende handelingsrepertoire:

  • Stimuleren: De VPI stimuleert de melder zelf de misstand te melden bij het management.
  • Doorgeleiden: De VPI maakt namens de medewerker en met zijn/haar uitdrukkelijke toestemming melding van de misstand bij het management en noemt daarbij de naam van de melder.
  • Overnemen: De VPI maakt namens de medewerker melding van de misstand bij het management en noemt niet de naam van de oorspronkelijke melder.
  • Rapporteren: De VPI publiceert de melding als ‘casus’ in geanonimiseerde vorm in het jaarverslag.
  • Klokkenluiden: Het bekendmaken door een werknemer van vermoedens van ernstige misstanden, illegale of immorele praktijken die plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van de werkgever en waarbij de integriteit van desbetreffende organisatie in het geding is.

Taken VPI

In de handreiking vertrouwenspersonen integriteit (Bron: Huis voor klokkenluiders.nl) staan acht taken voor de VPI:

  • De organisatie informeren over het werk van de VPI (voorlichting geven).
  • Luisteren naar medewerkers (melders) die worstelen met een integriteitskwestie.
  • Melders adviseren over te nemen stappen om de kwestie aanhangig te maken.
  • Melders begeleiden bij het aankaarten van gemelde misstanden.
  • Meldingen registreren en verwerken in jaarrapportage.
  • Voortgang/afwikkeling van een melding volgen (monitoren).
  • Nazorg verlenen aan de melder.
  • Evaluatie en preventiemaatregelen adviseren.

Vertrouwenspersoon ongewenst gedrag (VPOG)

De vertrouwenspersoon die is aangesteld in het kader van de klachtenregeling en het ARBO-beleid met betrekking tot sociale veiligheid heeft een heel ander werkterrein dan de vertrouwenspersoon integriteit. Deze vertrouwenspersoon is aangesteld als aanspreekpunt bij klachten over maatregelen, nalatigheid en gedrag op school. Het werkterrein betreft ongewenst gedrag zoals seksuele intimidatie, agressie en geweld, discriminatie en pesten. De VPOG is er voor de opvang en begeleiding van klagers.

Combinatiefunctie

In sommige organisaties wordt de vertrouwenspersoon voor ongewenst gedrag ook het aanspreekpunt voor allerlei integriteitskwesties of er wordt een gecombineerde vertrouwenspersoon aangesteld. Zeker kleinere organisaties zitten er om allerlei praktische overwegingen niet om te springen een tweede vertrouwenspersoon aan te stellen. Een combinatiefunctie heeft daarnaast het voordeel dat het voor een klager/melder laagdrempelig is om zich te melden bij een vertrouwenspersoon zonder zich druk te hoeven maken of hij wel bij de goede vertrouwenspersoon aanklopt.

Vertrouwenspersonen zelf worstelen echter wel met de vraag of zij naast VPOG ook VPI kunnen zijn.

Voor beide vertrouwensfuncties gelden vergelijkbare vaardigheden; het kunnen bieden van de eerste opvang en een luisterend oor, het voeren van gesprekken en het adviseren en meedenken met de melder/klager.

Belangrijk verschil tussen de VPI en de VPOG is dat bij integriteitskwesties het organisatiebelang in het geding is, terwijl bij ongewenst omgangsvormen de persoonlijke belangen van de klager voorop staan. Dit brengt met zich mee dat de klager bij ongewenst gedrag, als degene die persoonlijk onrecht is aangedaan, zelf de vervolgstappen bepaalt. Behalve als het om strafbare feiten gaat, want dan heeft de vertrouwenspersoon een eigen verantwoordelijkheid.

Bij de melder van een misstand in de organisatie ligt dit anders. De melder is niet altijd zelf slachtoffer maar vaak ‘slechts’ getuige of omstander. Omdat het organisatiebelang in het geding is, heeft de melder de hierboven genoemde regierol niet. Naar aanleiding van de melding neemt de organisatie de stappen die haar goeddunkt om het vermoeden van een misstand te onderzoeken en hier een einde aan te maken. De vertrouwenspersoon integriteit handelt in het belang van de organisatie en zorgt dat de melding daar komt waar actie kan worden ondernomen.

Naast enkele overeenkomsten zijn er grote verschillen tussen de beide functies, waardoor het nog maar de vraag is of de twee functies met elkaar verenigbaar zijn. Gelet op het bovenstaande kan gezegd worden dat organisaties die denken dat de al zittende VPOG de integriteitszaken ‘er wel even bij kunnen doen’, te kort door de bocht redeneren. Ook vertrouwenspersonen zelf moeten zich bij het aannemen van of solliciteren naar een gecombineerde vertrouwensfunctie realiseren dat zij de rollen en verantwoordelijkheden goed moeten kunnen onderscheiden.

 

Wij zijn Stichting School & Veiligheid. Wij ondersteunen scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Dit doen wij door:

Creëer een sociaal veilige sfeer op school