Let op: Vanwege de voorjaarsvakantie is het Adviespunt gesloten van vrijdag 16 februari, 16.00 uur tot maandag 26 februari, 09.00 uur. In geval van een calamiteit zijn de adviseurs van het calamiteitenteam 24/7 bereikbaar.

Adviespunt
Als school span je je in om pesten tegen te gaan en de sociale veiligheid op school te verbeteren. Dat is ook belangrijk. Het is een voorwaarde voor leerlingen om zich goed te kunnen ontwikkelen. Maar ook voor medewerkers om hun werk goed te kunnen doen. Sociale veiligheid is dan ook ingebed in verschillende wetgeving.

Ga direct naar:

Het kan lastig zijn precies te weten welke verplichtingen je hebt als school. Voor het opstellen van een veiligheidsplan is het van belang dat je weet met welke wetgeving je rekening moet houden. In dit artikel geven we een toelichting op de wetgeving die gerelateerd is aan sociale veiligheid op school.

 

Arbeidsomstandighedenwet

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht je als werkgever om ervoor te zorgen dat al je werknemers veilig en gezond hun werk kunnen doen.

Een belangrijk onderdeel van de Arbowet is de psychosociale arbeidsbelastingArbeidsomstandighedenwet. Artikel 1, lid 3, sub e.: het gaat hier om bijvoorbeeld werkdruk, pesten, discriminatie, seksuele intimidatie, agressie en geweld. Als school moet je een beleid voeren dat zich richt op arbeidsomstandigheden die zo goed mogelijk zijn. Daar hoort bij dat de school zich inzet om deze psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen en te beperkenArbeidsomstandighedenwet. Artikel 3.

Vanuit de Arbowet zijn een aantal zaken verplicht die gaan over deze psychosociale arbeidsbelasting. Als bestuur van een school moet je:

  1. Een preventiemedewerkerLees hier meer. aanstellen;
  2. Een Risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E)Arbowet. Artikel 5. afnemen;
  3. Op basis van de RI&E een plan van aanpakAan de slag met de RI&E ontwikkelen;
  4. Voorlichtingen organiseren over hoe jullie binnen de organisatie omgaan met agressie, geweld en seksuele intimidatie.

 

Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)

Vanuit de cao (po & vo) zijn bepalingen opgesteld die je als school moet naleven. In deze cao staat de uitwerking van de Arbowet die zich toespitst op het onderwijs.

 

Cao Primair Onderwijs

In de cao primair onderwijsGa naar de cao van primair onderwijs., artikel 11.5 wordt ingegaan op de veiligheid en het voorkomen van seksuele intimidatie, racisme, agressie en geweld. Dit houdt het volgende in:

De werkgever maakt samen met de PGMRPersoneelsgeleding van Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad-beleid om een gezonde en veilige leer- en werkomgeving te creëren voor alle medewerkers. Het beleid wordt jaarlijks geëvalueerd. Binnen het beleid worden afspraken gemaakt over de sociale en fysieke veiligheid: het voorkomen van intimidatie, racisme, agressie, geweld en ook ziekteverzuim, maar ook personeelszorg en scholing en begeleiding van werknemers. De afspraken richten zich ook speciaal op toezichthoudende medewerkers en bedrijfshulpverleners. De werkgever faciliteert bedrijfshulpverleners en EHBO’ers, waarbij alle kosten voor rekening van de werkgever zijn en zittende bedrijfshulpverleners en EHBO’ers geen financieel nadeel ondervinden.

In artikel 11.6 en 11.7 van de cao po komen een aantal van de wettelijke verplichtingen vanuit de Arbowet tot uiting, specifiek toegespitst het primair onderwijs. In Artikel 11.6 wordt de wettelijke verplichting op het aanstellen van een Preventiemedewerker toegelicht. Ook wordt het takenpakket en de route tot benoeming uitgelicht. In Artikel 11.7 wordt toelichting gegeven op de Risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) en het aansluitend opstellen van een plan van aanpak.

 

Cao Voortgezet Onderwijs

In de cao voorgezet onderwijsGa naar de cao voortgezet onderwijs, artikel 11.5 wordt ingegaan op de veiligheid en het voorkomen van seksuele intimidatie, racisme, agressie en geweld. Dit houdt het volgende in:

De werkgever maakt samen met de PGMRPersoneelsgeleding van Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad-beleid om een gezonde en veilige leer- en werkomgeving te creëren voor alle medewerkers. Het beleid wordt jaarlijks geëvalueerd. Binnen het beleid worden afspraken gemaakt over de sociale en fysieke veiligheid: het voorkomen van intimidatie, racisme, agressie, geweld en ook ziekteverzuim, maar ook personeelszorg en scholing en begeleiding van werknemers. De afspraken richten zich ook speciaal op toezichthoudende medewerkers en bedrijfshulpverlening. De facilitering van de bedrijfshulpverleners, waarbij uitgangspunt is dat alle kosten – in tijd en geld – voor rekening van de werkgever zijn en dat zittende bedrijfshulpverleners geen nadeel ondervinden van deze afspraken. Elke bedrijfshulpverlener ontvangt een maandelijkse toelage van €15 bruto.

 

Onderwijswetten (po en vo)

Vanuit de Wet op het primair onderwijs en Wet op het voortgezet onderwijs (2020) zijn er een aantal artikelen die betrekking hebben op het sociaal veiligheidsbeleid. We zetten de belangrijkste artikelen over sociale veiligheid hier onder elkaar:

Wet op het primair onderwijs

  • Artikel 4a - Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven

    De Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven komt tot uiting in de meldplicht. Deze wet verplicht alle medewerkers die het vermoeden hebben van, of informatie krijgen over, een mogelijk zedendelict door een medewerker van de school richting een minderjarige leerling onmiddellijk door te geven aan het bevoegd gezag. Welke stappen jullie moeten zetten staan vermeld in het artikel over de Meldplicht.

  • Artikel 4b - Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

    De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt in vakjargon ook wel de Meldcode genoemd, verwar deze niet met de Meldplicht. De Meldcode verplicht beroepskrachten, ook onderwijspersoneel, om een vijfstappenplan te gebruiken als ze het vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Welke stappen jullie moeten zetten staan vermeld in het artikel over de Meldcode.

  • Artikel 4c – Zorgplicht veiligheid op school

    De Zorgplicht veiligheid op school is bedoeld om sociale veiligheid op scholen te bevorderen. De wet verplicht scholen om een veiligheidsbeleid te voeren en om maatregelen te nemen om sociale veiligheid te waarborgen. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag in ieder geval:

    1. een sociaal veiligheidsbeleid moet uitvoeren;
    2. twee taken binnen het onderwijsteam moet beleggen: een aanspreekpunt pesten waar leerlingen en ouders pesten kunnen melden. Ook moet iemand het pestbeleid op school coördineren. Dit kan dezelfde persoon zijn, maar dat hoeft niet;
    3. de beleving van veiligheid en het welzijn van hun leerlingen moet volgen via monitoring. De bedoeling hiervan is dat er altijd een actueel en representatief beeld is van de situatie op school.
  • Artikel 14 – Klachtenregeling

    De Klachtenregeling verplicht de school om een klachtenregeling te hebben. Ook moet deze worden opgenomen in de schoolgids. Een vertrouwenspersoon is wettelijk (nog) niet verplicht, maar is wel essentieel voor een goede klachtenregeling.

  • Artikel 8, lid 3 – Burgerschapsonderwijs

    Artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs richt zich op de uitgangspunten en doelstellingen van het onderwijs. In artikel 8, lid 3 wordt daarbij ingegaan op Burgerschapsonderwijs. Het onderwijs:

    1. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving;
    2. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie; en
    3. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

Wet voortgezet onderwijs

  • Artikel 2.2 – Actief burgerschap & Sociale cohesie

    Dit artikel Actief burgerschap & sociale cohesie verplicht het bevoegd gezag om zorg te dragen voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden van de democratische staat zoals verankerd in de grondwet en de fundamentele rechten en vrijheden van de mens.

    Ook moet het bevoegd gezag een omgeving creëren waarin leerlingen actief met de omgang met en het handelen naar deze waarden. Daarnaast moet het bevoegd gezag zorgdragen voor een omgeving waarin leerlingen én personeel zich veilig en geaccepteerd voelen, ondanks verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid. Dit betekent concreet dat de school:

    1. Actief burgerschap en sociale cohesie op een duidelijke en samenhangende manier bevordert.
    2. Leerlingen leert om respect te hebben voor en kennis te hebben van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de fundamentele rechten en vrijheden van de mens. Dit wordt ook in de praktijk gebracht op school. Daarnaast ontwikkelen leerlingen sociale en maatschappelijke vaardigheden die hen helpen om deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.
    3. Leerlingen leert over en respect te tonen voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid.

    Voor meer informatie over hoe je burgerschapsonderwijs kunt integreren in de school kun je terecht bij Expertisepunt Burgerschap.

  • Artikel 3.35/36 – Indiening klacht; klachtenregeling & Klachtenbehandeling

    Artikel 3.35 en artikel 3.36 gaan over het proces van de indiening van een klacht, de klachtenregeling en klachtafhandeling. Leerlingen, ouders en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of personeel (waaronder discriminatie) of over het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel.

    Artikel 3.35 verplicht het bevoegd gezag om een klachtenregeling vast te stellen waarbij een klachtencommissie   wordt ingesteld. De klachtencommissie moet bestaan uit minstens drie leden, waarbij de voorzitter geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag of werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag. Meer over het opstellen van een klachtenregeling lees je in dit artikel.

    Op dit moment is het hebben van een vertrouwenspersoon niet verplicht. Echter, wel wordt sterk aangeraden dat de school één (of meerdere) vertrouwenspersonen aanstelt.

  • Artikel 3.39 - Verplichting tot overleg en aangifte zedenmisdrijven

    De Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven komt tot uiting in de Meldplicht. Deze wet verplicht alle medewerkers die het vermoeden hebben van, of informatie krijgen over, een mogelijk zedendelict door een medewerker van de school richting een minderjarige leerling onmiddellijk door te geven aan het bevoegd gezag. Welke stappen jullie moeten zetten staan vermeld in het artikel over de Meldplicht.

  • Artikel 3.40 - Zorgplicht veiligheid op school

    De Zorgplicht veiligheid op school is bedoeld om sociale veiligheid op scholen te bevorderen. De wet verplicht scholen om een veiligheidsbeleid te voeren en om maatregelen te nemen om sociale veiligheid te waarborgen. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag in ieder geval:

    1. een sociaal veiligheidsbeleid moet uitvoeren;
    2. twee taken binnen het onderwijsteam moet beleggen: een aanspreekpunt pesten waar leerlingen en ouders pesten kunnen melden. Ook moet iemand het pestbeleid op school coördineren. Dit kan dezelfde persoon zijn, maar dat hoeft niet;
    3. de beleving van veiligheid en het welzijn van hun leerlingen moet volgen via monitoring. De bedoeling hiervan is dat er altijd een actueel en representatief beeld is van de situatie op school.
  • Artikel 3.41 - Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

    De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt in vakjargon ook wel de Meldcode genoemd, verwar deze niet met de Meldplicht. De Meldcode verplicht beroepskrachten, ook onderwijspersoneel, om een vijfstappenplan te gebruiken als ze het vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Welke stappen jullie moeten zetten staan vermeld in het artikel over de Meldcode.


Andere wetgeving

 

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Scholen werken op vele manieren met persoonsgegevens van leerlingen en medewerkers. Daarbij moet iedereen die met die persoonsgegevens werkt zich houden aan de wettelijk eisen die gelden volgens de Algemene Verordening GegevensbeschermingMeer over de AVG.. Zij moeten voldoen aan de verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht houdt in dat je moet kunnen aantonen dat de verwerkingen van persoonsgegevens aan de regels van de AVG voldoen.

De website van de autoriteitspersoonsgegevens noemt een aantal verplichte maatregelenMeer informatie over de verantwoordingsplicht en de verplichte maatregelen.om aan deze verantwoordingsplicht te kunnen voldoen. 
 

Wet Het Huis voor klokkenluiders & Meldingsregeling voor misstanden

De Wet huis voor klokkenluidersWet huis voor klokkenluiders verplicht werkgevers met meer dan 50 werknemers een regeling vast te stellen voor het melden van een vermoeden van een misstand binnen de organisatie. Deze wet geldt ook voor schoolbesturen en in het voortgezet onderwijs geldt ook de meldingsregeling vermoeden van misstanden. Als school moet je hiervoor een regeling hebben.

Voor meer informatie over de Wet huis van de klokkenluiders en de Meldingsregeling misstanden én voorbeeldregelingen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs kan je hier terecht.

Wij zijn Stichting School & Veiligheid. Wij ondersteunen scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Dit doen wij door:

Creëer een sociaal veilige sfeer op school

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
en ontvang iedere maand actuele informatie
over sociale veiligheid op school.