Helpdesk
Winkelwagen

Onderwijsprofessionals ontwikkelen soms romantische of seksuele gevoelens voor een leerling. Wat te doen? Hoe kun je voorkomen dat deze gevoelens doorgaan in gedrag? Dit artikel bekijkt deze vragen vanuit de (verliefde) vo-leraar, de collega en de leidinggevende.

  1. Gevoelens erkennen en delen
  2. Zorgen dat gevoelens geen gedrag worden
  3. Als gevoelens toch gedrag worden

Geen zeldzame situatie

Wat te doen als een onderwijsprofessional in het voortgezet onderwijs bij zichzelf gevoelens ontdekt voor een leerling*? Een belangrijke vraag, omdat dit geen zeldzame situatie is. Soms kan de leraar de gevoelens voor zichzelf houden, maar meestal voelen leerling en klasgenoten toch aan dat er iets speelt. Er moet dus iets gebeuren. Bovendien is het niet toelaatbaar als de gevoelens zouden overgaan in gedrag. Dit is vastgelegd in de wet en de schoolregels. Hoe de leraar het ook verklaart (‘ik bedoelde het goed’, ‘de leerling wilde het zelf’); de situatie is uiteindelijk altijd belastend voor de leerling. Want van gelijkwaardigheid, een belangrijk criterium van het Vlaggensysteem, is geen sprake. Wegkijken is geen optie.

Een integer schoolklimaat helpt

Hoewel deze situaties zich met enige regelmaat voordoen, heerst meestal verlegenheid in de omgang met deze complexe dynamiek. Niet-handelen is vaak het resultaat. Zowel de betreffende leraar (die het niet durft te delen) als de collega’s en de leidinggevenden (die vermoedens hebben) doen niets, in de hoop dat de situatie ‘zichzelf oplost’. Het is realistischer om preventief te investeren in een integer schoolklimaat, waarin iedereen weet hoe je hier mee omgaat: een sensitieve, competente en zorgvuldige aanpak.

Casus: ‘Ik heb gekust met een leerling’
“Ik ben een 26-jarige docente op een middelbare school. Aan het einde van een klassenfeest heb ik gekust met een leerling van 19 jaar, die veel ouder lijkt. Ik ben erg geschrokken. Hij wil mij vaker zien en zegt dat hij verliefd is op mij. Ik heb zeker ook gevoelens voor hem. Wat zou u doen?”
Vraag en antwoorden in de rubriek ‘Wat zou u doen?’, Volkskrant 25-11-2016

 

1. Gevoelens erkennen en delen

Romantische of seksuele gevoelens kunnen bij een leraar ontstaan – vanuit een eigen kwetsbaarheid of door een leerling die experimenteert met gedrag. Wat kun je preventief als leraar doen met de wetenschap dat dit ooit zou kunnen gebeuren? Wat doe je als dit soort gevoelens toch ontstaan? En wat doe je als je ziet dat een collega verliefd lijkt te zijn?

Kan ik me wapenen?

Het voorkómen van het ontstaan van gevoelens kent geen stappenplan. Wees je er als leraar van bewust dat het ooit kan gebeuren, zodat je er minder van schrikt. Realiseer je vervolgens direct dat dit géén gewenste en integere situatie is en dat je actief iets moet doen om de gevoelens te stoppen. Weet bij voorbaat bij wie je terecht zou kunnen als het ooit zover zou komen.

Professioneel sparren over gevoel

In eerste instantie, als de gevoelens van genegenheid net zijn ontstaan, lijkt er misschien nog niet veel aan de hand. Maar gevoelens kunnen leiden tot gedrag, waardoor zelfs het antwoord op een huiswerkvraag een grens kan passeren. De angst kan ontstaan dat de leerling aangifte doet en zo kan de situatie snel ingewikkeld worden.

Professioneel omgaan met uw gevoel, kan veel ellende voorkomen. Dit begint bij het simpelweg erkennen van de gevoelens. (Erkennen is niet hetzelfde als ‘accepteren’ of ‘goedkeuren’.) Vervolgens is het verstandig de situatie in een vroeg stadium met een vertrouwd persoon te delen. Door de gevoelens níet te delen, blijken leraren vaak in een isolement te belanden. Docenten die dit meemaakten, vertellen dat het daardoor nóg moeilijker werd om uit de ingewikkelde situatie te komen. De schoolleiding mag er op vertrouwen dat je op tijd hulp inroept om de kwestie professioneel en integer te benaderen.

Sparren is dus belangrijk, maar met wie?
  • Een vertrouwd persoon is iemand die niet direct oordeelt, maar meehelpt bij het verhinderen van grensoverschrijdend gedrag. Het zou mooi zijn als je samen met deze persoon kunt nadenken over vervolgstappen: wat kan er voor zorgen dat uw gevoelens liefst verdwijnen en niet kunnen overgaan in gedrag?
  • Ondanks dat het regelmatig voorkomt dat er gevoelens ontstaan, is het ongewenst dat dit de onderwijssituatie beïnvloedt en de veiligheid van de leerling in het geding komt. Tijdens bijvoorbeeld intervisie kan besproken worden hoe de professionaliteit geborgd kan worden. Ook met de huisarts kun je overleggen hoe je dit kunt aanpakken.

Casus: ‘Opeens besefte ik dat dit helemaal niet kon’
Als gevoelens niet besproken worden, kan een leraar te veel in een eigen wereld terechtkomen waarin gevoelens gedrag worden en een snel escalerende dynamiek kan ontstaan van chantage, ontslag, emotionele schade en uiteindelijk alleen maar verliezers. De leraar in deze casus  gaf onmiddellijk toe dat hij fout gehandeld had, maar het kwaad was al geschied.

 

2. Zorgen dat gevoelens geen gedrag worden

Hoe kan de schoolleiding er aan bijdragen dat gevoelens voor een leerling, die bij een docent zijn ontstaan, op een professionele manier worden aangepakt? Zodanig dat er geen grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt, zo dat de leraar zonder schaamte of schuld weer verder kan werken en dat de leerling nooit wat gemerkt heeft? En wat is de rol van collega’s hierin?

Ondersteund door de cultuur

Een leraar kan zich gemakkelijker professioneel gedragen als zij/hij daarbij ondersteund wordt door de schoolcultuur. Een veilig klimaat, waarin professionele kwetsbaarheid getoond kan worden en dilemma’s bespreekbaar zijn, werkt preventief en voorkomt een opeenstapeling van niet professioneel en grensoverschrijdend gedrag. Zorg voor een open, warme, niet veroordelende cultuur – ook ten opzichte van de seksualiteit (seksuele gevoelens) van lersren –  die wel grenzen stelt, en seksueel grensoverschrijdend gedrag te allen tijde tegengaat. Die cultuur kun je als schoolleider doorlopend bevorderen door het soort opmerkingen dat je maakt, de open vragen die je stelt en de zelfreflectie die je laat zien om angst of argwaan bij de ander de tackelen. Schrik niet als een verhaal van een-leraar-met-gevoelens tot je komt, want je weet wat te doen. Zet het onderwerp daarom structureel op de agenda.

Wat kan de schoolleiding preventief doen?
  • Zorg allereerst voor een goede screening van het personeel.
  • Maak afspraken over gedragsregels om tot een gedragscode te komen (bijvoorbeeld met inzet van de werkvorm Gedragen Gedrag). Denk daarbij ook aan de sociale media: wat vindt het team bijvoorbeeld van één-op-één contact via de sociale media, anders dan in de klasse-app? Zijn er regels over exclusief leraar-leerling contact, bijvoorbeeld in de klas?
  • Maak het thema ‘gevoelens voor een leerling’ eens per jaar bespreekbaar in het team, met de boodschap dat het iedereen kan gebeuren en het advies dit tijdig te delen met een vertrouwd persoon – hoe moeilijk dit ook is. De veiligheid van leerling en medewerker staat voorop voor de school.
  • Leg in de schoolafspraken vast dat het niet is toegestaan om een liefdesrelatie met een leerling te hebben, ook niet met een 18+ leerling.
Wat kunnen collega’s en schoolleiders doen als zij verliefde gevoelens vermoeden?
  • Neem vermoedens serieus. Probeer signalen concreet te maken: wat maakt dat er vermoedens zijn? Wat heb je gezien, gehoord of gelezen?
  • Handel vanuit zorgvuldigheid en in het belang van de veiligheid van de leerling.
  • Handel vanuit zorg voor je collega. Zorg dat deze niet alleen komt te staan, want isolatie vergroot de kans op escalatie.
  • Benader je collega niet beschuldigend als ‘dader’, maar probeer samen te onderzoeken wat zou helpen tegen deze gevoelens.

 

3. Als gevoelens toch gedrag worden

Ook als de school preventieve maatregelen heeft genomen, kan een leraar tot grensoverschrijdend gedrag overgaan. Wat kun je als schoolleiding doen als de vermoedens heel sterk zijn of al bevestigd?

Niemand handelt

In de praktijk doen collega’s en schoolleiders vaak niets met een vermoeden van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Loyaliteit en collegialiteit zijn meestal sterk. Er is twijfel of het gerucht wel klopt of twijfel over de ernst van de situatie: gaat het nog alleen over gevoelens of al over gedrag? Want het is een feit: de gevolgen van ‘actie ondernemen’ kunnen groot zijn voor de betreffende collega. Ook zijn medewerkers soms bang voor repercussies als het gaat over gedrag van een leidinggevende. Of men heeft angst voor imagoschade aan de school. Ten slotte kan het verlammend werken als je eigenlijk niet weet wat je wèl kunt doen.

Actie

Toch dient er actie ondernomen te worden. Als de school preventief heeft bedacht hoe het kan handelen in een dergelijke situatie, zijn paniek-reacties niet nodig. Vanuit het oogpunt van veiligheid kan de school beter iets te snel dan te laat in actie komen.

Onderwijspersoneel moet niet vergeten dat de verhouding personeelslid-leerling nooit gelijkwaardig is. Er is altijd sprake van een afhankelijkheidsrelatie en machtsongelijkheid. Een seksuele relatie binnen een machtsverhouding is strafbaar conform het Wetboek van strafrecht (artikel 249). In lid 1 van dit wetsartikel wordt specifiek ontucht met een minderjarige genoemd.

Voor iedereen die werkzaam is in het onderwijs geldt de ‘Wet bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs’, ook wel de ‘Meld-, overleg- en aangifteplicht’ genoemd. Deze wet verplicht een personeelslid een melding te doen bij het bevoegd gezag als er een vermoeden is van een zedenmisdrijf (oneerbare voorstellen, webcamseks, tongzoenen, strelen van genitaliën en alle seksuele handelingen) tussen een medewerker van de onderwijsinstelling en een minderjarige leerling (jonger dan 18 jaar). Het bevoegd gezag is vervolgens verplicht in overleg te treden met de vertrouwensinspecteur. Als deze concludeert dat er sprake is van een ‘redelijk vermoeden’ dan wordt door de school aangifte gedaan.

Wanneer een meerderjarige leerling een relatie krijgt met een personeelslid, vervalt het minderjarigheidsprincipe. Toch betreft het ook hier machtsongelijkheid binnen een pedagogische relatie. In lid 2 van artikel 249 wordt geen leeftijd genoemd maar ‘ontucht gepleegd met een persoon die aan zijn gezag is onderworpen of aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid is toevertrouwd’. Dit kan dus ook betrekking hebben op meerderjarige leerlingen. In geval van aangifte zal de rechter onderzoeken of er sprake is van misbruik van gezag.

 

* Dit artikel gaat over de situatie in het voortgezet onderwijs, maar zal op veel punten ook bruikbaar voor het mbo.

 


Verder lezen

Wij zijn Stichting School & Veiligheid. Wij ondersteunen scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Dit doen wij door:

Creëer een sociaal veilige sfeer op school