Helpdesk
Winkelwagen

Onze visie op sociale veiligheid

Wat is sociale veiligheid?

Een veilige school is…

… een school waar medewerkers voortdurend serieus aandacht besteden aan het realiseren van een veilig schoolklimaat én aan het voorkomen, herkennen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag.

… een school die kritisch naar zichzelf blijft kijken, en ervoor zorgt dat elk incident leidt tot verkleining van de kans op nieuw grensoverschrijdend gedrag.

Dit alles gebeurt in een cultuur waarin zowel leerlingen als medewerkers aan het denken worden gezet over hun houding en handelen en in een cultuur waarin iedereen hier open over kan praten.

Bevorderen sociaal gedrag

Sociale veiligheid gaat over het bevorderen van sociaal gedrag door bijvoorbeeld gedragsregels op school en het tegengaan van grensoverschrijdend en ongewenst gedrag. Voorbeelden zijn: pesten, agressie, geweld, discriminatie, racisme, (homo)seksuele intimidatie, radicalisering en extremisme.

In het onderstaande filmpje verbeelden wij onze visie op wat sociale veiligheid op school is.

Waarom sociale veiligheid?

Leerlingen zitten op school om te leren. Ze zijn pas in staat om te leren en zichzelf te ontwikkelen als ze zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn. Daarvoor is het nodig dat ze zich kwetsbaar kunnen opstellen, dat ze zich gezien en geaccepteerd voelen en dat ze het gevoel hebben erbij te horen.

Zorgen voor sociale veiligheid gaat dus over méér dan het tegengaan van onveiligheid. Leerlingen hebben ruimte nodig om te mogen ontdekken waar grenzen liggen, om fouten te maken, om te leren verantwoordelijkheid te nemen en daarop te worden aangesproken.

Voor leerlingen is de school niet alleen de plek waar ze lesstof leren, maar ook de plek waar zij leeftijdsgenoten ontmoeten en waar zij kennismaken met de samenleving en verschillen in normen, waarden en omgangsvormen. Dit doet een beroep op de pedagogische professionaliteit in de school en roept vragen op als:

  • Hoe wordt er op school gedacht over leren en ontwikkeling?
  • Welke ruimte geef je leerlingen om grenzen te verkennen?
  • Welke ruimte is er om te leren van elkaar?

Ook voor medewerkers geldt dat zij hun werk pas goed kunnen doen als ze zich veilig voelen, zich kwetsbaar op kunnen stellen en zich gezien en gehoord voelen. Ook zij moeten fouten kunnen maken en aangesproken worden op verantwoordelijkheden.

Wettelijk verplicht

Het creëren van een sociaal veilig schoolklimaat is niet alleen noodzakelijk om goed te kunnen leren maar ook omdat het moet. Zorgen voor de sociale veiligheid van leerlingen én medewerkers is namelijk wettelijk verplicht.

Zo schrijven de Arbowet en de cao’s onderwijs voor dat de werkgever verplicht is een beleid te voeren gericht op de bescherming van medewerkers tegen onder andere seksuele intimidatie, agressie en geweld en het voorkomen van ongewenst gedrag.

De Kwaliteitswet zorgt ervoor dat scholen klachten over onder andere ongewenst gedrag of het niet nemen van maatregelen gericht op de veiligheid moeten behandelen.

De Wet bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs heeft tot doel zedenmisdrijven in het onderwijs te voorkomen.

In 2015 is daar – als gevolg van een aanpassing van de onderwijswetten voor het primair en voortgezet onderwijs – de wet Veiligheid op school bijgekomen. Deze wet verplicht scholen beleid te voeren gericht op het aanpakken en voorkomen van pesten.

Wat betekent de wet Veiligheid op school?

In dit animatiefilmpje leggen wij uit wat de wet Veiligheid op school betekent.

Toezicht

De Onderwijsinspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Ook ziet de inspectie toe op naleving van wetten en regels zoals de zorgplicht van de school voor de sociale veiligheid van de leerlingen. Als deze op tekorten wijst, is het van belang dat de school maatregelen neemt voor verbetering. Handhaving van de aangepaste wettelijke eisen vindt plaats sinds 1 augustus 2016. De Inspectie past de kaders jaarlijks aan. (Bron: Onderwijsinspectie.nl)

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Meldcode en Meldplicht

povomboPedagogisch klimaatVeiligheidsbeleidToon nog 2 tags

Wanneer geldt de Meldcode en wanneer de Meldplicht? En wat zijn de verschillen? Wij lichten het toe. Je kunt ook de folder downloaden met duidelijke uitleg.

Grenzen aan gedrag

povomboSeksuele grensoverschrijdingToon nog 1 tags

Deze digitale folder biedt informatie over seksuele relaties en handelingen tussen onderwijspersoneel en leerlingen/studenten. Wat zijn de wettelijke kaders. En wat zijn de beleidsacties om dit te voorkomen?

Wet Veiligheid op school

povoVeiligheidsbeleid

Scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs zijn op basis van de wet Veiligheid op school verplicht zorg te dragen voor een veilige school. Wat houdt deze wet in? Wij bieden verwijzingen naar informatie en hulpmiddelen die helpen bij het in de praktijk brengen van de verplichtingen.

Veiligheidsbeleid

Wat kunnen leerlingen, ouders en personeel van de school verwachten als het gaat om veiligheid? En wat verwacht de school van hen? Waar kan iemand terecht met vragen of klachten en hoe gaat de school daarmee om? Een veiligheidsplan geeft antwoord op deze vragen.

Vanuit de wet Veiligheid op school, de Arbowetgeving en de cao afspraken zijn scholen verplicht actief en expliciet beleid te voeren met betrekking tot de veiligheid van personeel en leerlingen. Scholen moeten dit uitwerken in een veiligheidsplan en moeten dit opnemen in de schoolgids.

Een veiligheidsplan is meer dan een verzameling protocollen en regels. Een goed veiligheidsplan is een levend document dat je regelmatig raadpleegt, aanpast en bijstelt op basis van nieuwe inzichten en analyses uit de praktijk.

Wat moet er wettelijk in een veiligheidsplan?

In een veiligheidsplan neem je minimaal op:

  • Overzicht van preventieve maatregelen die de school neemt om ongewenste omgangsvormen te voorkomen en schoolveiligheid te bevorderen.
  • Procedures en protocollen bij incidenten rondom agressief gedrag, pesten, discriminatie, seksuele intimidatie, homo-intimidatie en huiselijk geweld en kindermishandeling.
  • Gedragsregels (schoolnorm voor acceptabel gedrag). Lees meer over de gedragscode en het spel gedragen gedrag.
  • Sanctie- en aangiftebeleid. Lees meer over de sanctieladder personeel en sanctieladder leerlingen. Lees ook ons artikel Aangifte doen in het onderwijs.
  • Verdeling van de wettelijk vastgestelde taken en functies op gebied van veiligheid: vertrouwens- en/of contactpersoon, coördinatie pestbeleid, aanspreekpunt in het kader van pesten, bedrijfshulpverlener en preventiemedewerker.
  • Klachtenregeling.
  • Calamiteitenplan: opvang, nazorg en informatievoorziening.
  • Algemeen privacyreglement ten behoeve van de privacybescherming van personeel, ouders en leerlingen, ook ten aanzien van de samenwerking en uitwisseling van gegevens met externe partners.
  • Weergave hoe er inzicht wordt gehouden in de veiligheidsbeleving van personeel en leerlingen en in de aard en omvang van incidenten.

Lees ook de vragen en antwoorden over Sociale veiligheid van de Inspectie van het Onderwijs.

Actueel houden van veiligheidsplan

Het is wettelijk verplicht voor scholen om de veiligheidsbeleving te meten onder leerlingen (vanuit de wet Veiligheid op school) en onder personeel (vanuit de Arbowet). Daarbij is het een verplichting de sociale veiligheid van leerlingen te monitoren met een instrument dat een representatief en actueel beeld geeft op een valide en betrouwbare manier. Je moet leerlingen minimaal op deze drie aspecten bevragen:

  • Hoe ervaren leerlingen de sociale veiligheid op school?
  • Hebben leerlingen te maken met aantasting van de veiligheid?
  • Hoe is het gesteld met het welbevinden van leerlingen op school?

Lees meer hierover in ons artikel Monitoring.

Daarnaast is een school verplicht om een beeld te vormen veiligheidsrisico’s en incidenten. Een school moet volgens de Arbowet een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) afnemen. Gesignaleerde problemen moeten in een plan van aanpak worden opgenomen. Deze RI&E moet actueel zijn, wat betekent dat je het jaarlijks moet evalueren en actualiseren. Lees meer hierover in ons artikel Meten is weten of op de website van VOION (arbeidsmarkt en opleidingenfonds vo). Deze jaarlijkse analyse momenten helpen om ook het veiligheidsplan weer te actualiseren. VOION heeft het instrument Arboscan-VO ontwikkeld om je te ondersteunen bij het opstellen van de RI&E.

Het Digitaal Veiligheidsplan

Een veiligheidsplan is meer dan een verzameling protocollen en regels. Een goed veiligheidsplan is een levend document met een centrale rol in het veiligheidsbeleid. Dit plan moet je regelmatig raadplegen, aanpassen en bijstellen. Het Digitaal Veiligheidsplan van Stichting School & Veiligheid helpt je hierbij. Het is een draaiboek dat richting geeft aan het handelen van het team en andere betrokkenen bij de school.

Voorbeelden

Elke school is anders. En daarmee verschilt ook de aanpak voor een sociaal veilige omgeving voor elke school. In de brochure over de Netwerkbijeenkomst Gluren bij de buren (pdf) lees je vanaf pagina 4 acht verschillende inspirerende verhalen: hoe pakten andere scholen het aan?

Of bekijk vier filmpjes van scholen waar wij op bezoek zijn geweest:

Op bezoek bij CBS Coolsma (po)

Op bezoek bij het Udens college (vo)

Op bezoek bij Het Pathmos (po)

Op bezoek bij Kranenburg Praktijkonderwijs (vo)


Gerelateerde Kennisbank items:

Folder ‘Sociale veiligheid binnen het onderwijs’

Taken & functies

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Digitaal veiligheidsplan

povoVeiligheidsbeleid

Online tool voor het maken of verbeteren van een digitaal veiligheidsplan voor uw school. In vijf stappen kun je aan de slag met het in beeld brengen van het beleid rond sociale veiligheid op uw school.

Quickscan pestbeleid

povoPestenVeiligheidsbeleidToon nog 1 tags

Met deze door Pestweb/School & Veiligheid ontwikkelde quickscan kun je checken wat er al gedaan is op het gebied van pesten. De scan bestaat uit een k…

Vormgeven aan sociale veiligheid

Hoe geef je vorm aan sociale veiligheid? Daar zijn verschillende componenten voor nodig. Deze zes componenten zijn van belang:

  1. Zes raders van sociale veiligheidVisie en waarden
  2. Inzicht
  3. Voorwaarden scheppen
  4. Pedagogisch handelen
  5. Preventieve activiteiten
  6. Signaleren en handelen

1. Samen zorgen voor veiligheid

Visievorming

Schoolbeleid begint met het opstellen van een visie over hoe de school denkt over ontwikkeling en gedrag bij leerlingen, de grenzen daarvan en de verschillende verantwoordelijkheden. Daaruit vloeien doelstellingen en gedragsregels voort. Visie ontwikkelen doe je niet alleen. Als je samen met de personeelsleden visie ontwikkelt, zorg je namelijk voor (een gevoel van) eigenaarschap en zullen de collega’s het beleid ook ‘dragen’. Hierbij is feitelijke informatie over ontwikkeling en gedrag bij leerlingen ook noodzakelijk. Wat is nu ‘normaal’ gedrag voor leerlingen? Van daaruit stel je vragen als:

  • Hoe denken wij over sociale veiligheid?
  • Wat willen wij als school hierin bereiken?
  • Welke afspraken maken wij hierover?
  • Wat doen wij als leerlingen of personeel zich niet aan die afspraken houden?

Professionals in de school spelen een belangrijke rol als het gaat om sociale veiligheid en het signaleren, begrenzen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag. Hun handelen krijgt richting via de visie, normen en waarden van de school.

Gedragsregels

Regels zijn ook in het onderwijs de normaalste zaak van de wereld. Vanaf dag één leren de kinderen om hun jas aan de kapstok te hangen, niet te hollen in de gangen, elkaar niet te storen in de klas, enzovoort. Net als in het verkeer zorgen deze regels ervoor dat kinderen en medewerkers op school samen kunnen leven en werken. Regels vormen enerzijds een leidraad voor gedrag, anderzijds vormen ze een toetssteen bij overtredingen. Het opstellen van regels vormt een onderdeel van het veiligheidsbeleid.

De kracht van gedragsregels schuilt in het feit dat elke school schooleigen gedragsregels opstelt. Gedragsregels zijn afhankelijk van het draagvlak van alle betrokkenen. Door met elkaar na te denken en besluiten te nemen over regels ontstaat er draagvlak voor schooleigen (gedrags)regels. Hoe groter het draagvlak, hoe effectiever de regels. Regels zijn op deze manier een uiting van de gewenste schoolcultuur. Betrek ook leerlingen in de klas bij het opstellen van klassenregels door de leerlingen mee te laten denken. De manier waarop je regels implementeert, is bepalend voor de effectiviteit ervan.

Om regels en afspraken in de hoofden van iedereen te houden, is het noodzakelijk dat je alle betrokkenen voortdurend informeert óver de regels. Maak daarbij bijvoorbeeld gebruik van de schoolgids, de website van de school, vergaderingen, mentorlessen, ouderavonden en/of posters in gangen en lokalen.

Ook al zijn alle afspraken en regels bij iedereen bekend, dan nog komt het regelmatig voor dat de ene leraar een regel anders toepast dan de andere leraar. In een open en ondersteunende cultuur die gericht is op gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat hierover regelmatig een gesprek. Dit is nodig om te komen tot afstemming, aanscherping en bijstelling van gemaakte afspraken.

Beroepscode

De onderwijssector is waarschijnlijk de enige sector die met (jonge) kinderen werkt, maar geen beroepscode kent. Dat betekent dat schoolbesturen zelf gedragsregels moeten formuleren voor hun personeel. De werkgever is verantwoordelijk voor het opstellen van de code. In die code staat op welk gedrag werkgever en werknemer wederzijds aanspreekbaar zijn in relatie tot de grondslag en doelstelling van de school. En het is dus ook niet de beroepsorganisatie de code bewaakt of sanctioneert. Het feit dat de code een uitvloeisel is van de cao geeft aan dat het geen vrijblijvend document is. De directie heeft tot taak toe te zien op de naleving hiervan en zo nodig maatregelen te treffen in het geval er sprake is van gedragingen die haaks staan op de code.

Voorbeeld van een code:
“Personeelsleden die gegronde reden hebben om aan te nemen dat het belang van collega’s, leerlingen of de school geschaad wordt door een collega, proberen in collegiaal overleg tot een oplossing te komen”.


2. Inzicht in veiligheidsbeleving, incidenten en mogelijke risico’s

Veiligheidsbeleving: vinger aan de pols

Sociale veiligheid draait erom dat je beschermd bent of dat je je beschermd voelt tegen bedreigingen (van het gedrag) van mensen in en om de school.

Een belangrijke stap om het sociale klimaat te verbeteren, is zicht te krijgen hoe leerlingen, leraren, ouders, schoolondersteuners en directies de veiligheid en het schoolklimaat beleven. Als je weet wat er speelt, kun je knelpunten signaleren en kun je – als dat nodig is – het schoolbeleid daarop aanpassen.

Denk hierbij aan vragen als:

  • Hoe veilig is deze school in jouw beleving?
  • Welke plekken binnen en rondom de school voelen veilig en welke niet?
  • Heb je weleens geweld meegemaakt in of om de school?
  • Ben je weleens gepest – op het schoolplein, in de klas, of via internet?
  • Pest je zelf?
  • Weten leerlingen en ouders bij wie ze terecht kunnen als er iets vervelends gebeurt?

Risico’s in kaart

Iedere werkgever, dus ook het bevoegd gezag van een school, moet volgens de Arbowet een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) afnemen. Gesignaleerde problemen moeten in een plan van aanpak worden opgenomen. Deze RI&E moet actueel zijn, wat betekent dat je het jaarlijks moet evalueren en actualiseren. Lees meer hierover op de website van VOION (arbeidsmarkt en opleidingenfonds vo). VOION heeft het instrument Arboscan-VO ontwikkeld om je te ondersteunen bij het opstellen van de RI&E.

Incidentenregistratie

Een ander instrument is het registreren van incidenten. De aard en omvang van de incidenten is een belangrijke graadmeter van de veiligheid binnen de school. Meten is weten. Het registeren van incidenten en de analyse daarvan kan helpen.


3. Scheppen van voorwaarden

Beleggen van taken

Het bieden van sociale veiligheid vraagt van een school meer dan het treffen van maatregelen om sociale onveiligheid tegen te gaan. Het vergt ook een bepaalde inrichting met werkprocessen die bijdragen aan een sociaal veilig, pedagogisch klimaat. Dat maakt expliciet hoe je naast vakinhoudelijke inzet, aandacht kunt en moet besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Het moet antwoord geven op vragen als:

  • Op welke manier praten wij met leerlingen?
  • Hoe delen wij als team uitgevoerde interventies met elkaar?
  • Welke rol wordt aan aanvullende expertise toebedacht?

Betrokkenheid van leerlingen en ouders

Ouders, leerlingen en personeel zijn samen verantwoordelijk voor het pedagogisch klimaat. Ouders zijn dan ook een belangrijke spil in het werken aan een sociaal veilig klimaat. Daarom is het goed om ouders te betrekken bij het vormgeven van beleid; geef hen een rol bij de uitvoering ervan. De relaties binnen de school zijn sterker als:

  • er duidelijke afspraken over onderlinge communicatie zijn;
  • ouders en leerlingen het beleid van de school omarmen;
  • er goed en enthousiast leiderschap is.

Bij grensoverschrijdend gedrag moet je de interventies niet alleen richten op de individuele leerling. Het blijkt namelijk dat interventies die daarnaast ook gericht zijn op de schoolomgeving, de thuisomgeving en leeftijdsgenoten het meest effectief zijn om herhaling van dit gedrag te voorkomen.

Bedenk wel: betrokkenheid van ouders en leerlingen creëren, betekent ook dat je aandacht moet besteden aan de competenties van het personeel op dit punt. En het vraagt aandacht bij het inrichten van taken en verantwoordelijkheden in de organisatie.

Leerlingenzorg

Veiligheid heeft ook te maken met zorg voor leerlingen. Je wilt voor leerlingen met een ingewikkelde thuissituatie of met leer- en gedragsproblemen op school een veilige plek creëren.

Leerlingbegeleiders begeleiden vanuit school leerlingen met leer- en gedragsproblemen. Het doel daarbij is de leermogelijkheden en leeromgeving van een individuele leerling zo optimaal mogelijk te maken. Als sprake is van een ingewikkelde thuissituatie kun je als school beroep doen op schoolmaatschappelijk werk. Leerlingenzorg binnen een school gebeurt vaak in samenwerking met externe instanties zoals jeugdzorg en maatschappelijk werk.

Aandacht voor zorg vergroot echter niet automatisch de sociale veiligheid op een school. Individuele leerlingenzorg is dan ook iets anders dan schoolveiligheid. Binnen je team informatie uitwisselen over hoe jullie op school en in de klas omgaan met gedragsproblemen draagt wel bij aan een sociaal veilig klimaat.

Samenwerken met partners buiten de school

In de samenwerking tussen de school en ketenpartners (politie, jeugdzorg en maatschappelijk werk) is het belangrijk dat duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid heeft. Waar stopt de verantwoordelijkheid van de school? Wanneer verwijst een school door naar ketenpartners zoals jeugdzorg? Een visie hierop voorkomt dat bijvoorbeeld jeugdzorg over de grenzen gaat van een school.

Deze partijen betrekken, is niet alleen van belang bij interventies gericht op het aanpakken van incidenten en in situaties van onveiligheid. Je hebt deze partijen ook nodig voor het (mede) vormgeven van veiligheidsbeleid en voor ondersteuning bij het bevorderen van sociale veiligheid voor alle betrokkenheid. Je moet daarvoor een helder beeld hebben over:

  • de mate van ondersteuning en de toegevoegde waarde die dat biedt of kan bieden;
  • de informatie, inzichten, kennis en kunde die de externe partijen kunnen leveren.

4. (Pedagogisch) handelen

Pedagogisch vakmanschap

Het tijdig signalen van problemen en grensoverschrijdend gedrag en daarop adequaat ingrijpen, hoort bij een veilig schoolklimaat. Het uitdragen van normen en waarden is een verantwoordelijkheid van iedere leraar. Zijn of haar voorbeeldgedrag is daarbij cruciaal. Leraren helpen leerlingen vormings- en opvoedingsdoelen te bereiken. Door pedagogisch handelen verbindt een leraar de persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling van leerlingen met het cognitieve leren.

Het bevorderen van sociale veiligheid en het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag, is echter niet voor iedere leraar even gemakkelijk. Helaas zijn er ook voorbeelden van leraren en directies die onvoldoende maatregelen nemen of handelingsverlegen blijken te zijn.

Coaching van leraren op dit belangrijke thema en sturing van de schoolleiding, zijn belangrijke pijlers. Vaak zijn ouders emotioneel als het gaat om bijvoorbeeld pesten. Soms is er veel loyaliteit en weinig reflectie op het gedrag van hun eigen kind. En in sommige gevallen blijkt grensoverschrijdend gedrag door te gaan, ondanks veel interventies in de school. Dan raken ouders gefrustreerd of dreigen met rechtszaken.

Dit vraagt veel van leraren als het gaat om vakmanschap, zoals: signaleren, interveniëren en gesprekken met ouders. Bij de benadering van pedagogisch handelen zijn drie perspectieven te onderscheiden:

Pedagogische opdracht
Dit is het doelbewust handelen van een leraar, waarbij hij werkt aan maatschappelijke en ontwikkelingsgerichte leerdoelen rond vorming, opvoeden, burgerschap en sociale integratie.

Pedagogisch-didactisch handelen
Hierbij gaat het om vormgeven van het leren zelf. Het pedagogisch klimaat moet bijdragen aan een veilige en zorgzame leeromgeving. Als leraar moet je verschillen tussen leerlingen erkennen. Je speelt daarop in door leerlingen uit te dagen, te ondersteunen en te vertrouwen.

Pedagogisch klimaat
Het pedagogisch klimaat moet zó zijn dat de leerling zich optimaal kan concentreren op de lesstof. Een stimulerend pedagogisch klimaat houdt rekening met basale behoeften van kinderen: behoefte aan goede relaties, aan competentie en autonomie. Meer over het (belang van) pedagogisch klimaat staat in de volgende paragraaf.

Pedagogisch klimaat

Om een veilig schoolklimaat te creëren is het belangrijk te investeren in:

  • een heldere visie op een veilige school,
  • de uitwerking van concrete gedragsregels voor leerlingen én leerkrachten,
  • de samenwerking met ouders en
  • afspraken over de aanpak, zowel preventief als bij signalen.

Neem voor het creëren van een veilige en zorgzame leeromgeving in de school de volgende aandachtspunten in acht:

  • De school heeft waarden, normen en regels als het gaat om gewenst en ongewenst gedrag;
  • De school houdt in de visie – en vertaling daarvan in het dagelijkse handelen – rekening met basisbehoeften van de jongeren, namelijk de behoeften aan relaties, autonomie en competentie;
  • De schoolleiding besteedt systematisch en periodiek aandacht aan de kwaliteit van het pedagogisch handelen, en neemt zo nodig preventieve en corrigerende maatregelen ter verbetering daarvan;
  • Er zijn voldoende en kwalitatief goed toegeruste leraren die in staat zijn om hoogwaardig, contextrijk en prikkelend onderwijs te bieden aan de leerlingen van de school.

Voor een positief pedagogisch klimaat in de klas gaat het om de vertaling en concretisering van het pedagogisch klimaat van de school naar de klassensituatie:

  • Hanteren van duidelijke gedragsregels en grenzen, het aanleren van vaardigheden voor gewenst gedrag en het belonen van positief gedrag van individuele en groepen kinderen;
  • Omgaan met de verschillen tussen kinderen door het bieden van maatwerk: het afstemmen van de onderwijsleersituatie op de ontwikkelingskansen van kinderen met uiteenlopende onderwijsbehoeften;
  • Effectieve instructiestrategieën, zoals: het opdelen van de instructie in kleine stappen, kinderen meer mogelijkheden geven om te reageren op vragen, en het inbouwen van keuzemogelijkheden;
  • Aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid van kinderen en de betrokkenheid van kinderen bij de les.

5. Preventieve activiteiten

Door het aanbieden van activiteiten, programma’s en voorlichting gericht op veilig gedrag en het voorkomen van onveilig gedrag, versterk je de sociale veiligheid op school en daarbuiten. En je vergroot de weerbaarheid van leerlingen en leraren tegen onveilige situaties. Het gaat hierbij voornamelijk om aandacht voor de volgende thema’s, die wij een voor een uitwerken:

Voorkomen en tegengaan van pesten

Pesten komt helaas op elke school en in elke klas voor. Ook buiten de school, op weg van school naar huis, thuis of op een sportclub. Ook online pesten kinderen elkaar.

Het helpt als je in de klas met leerlingen praat over wat pesten is, wat pesten met iemand doet, hoe je elkaar kunt helpen en hoe je hulp kunt vragen als je met pesten te maken hebt. Het helpt hen namelijk om pestsituaties te herkennen en escalatie te voorkomen. Er zijn lespakketten en methodes die leerkrachten helpen deze gesprekken te voeren in de klas.

Pesten kan ook schoolbreed onderwerp van gesprek zijn. Bijvoorbeeld door het organiseren van ouderavonden waarop je met ouders bespreekt wat binnen jullie school is geregeld om pesten te voorkomen en aan te pakken. Ook kun je dan bespreken welke rol ouders hierbij hebben.

Binnen lerarenteams is het goed te bespreken hoe je signalen van pesten herkent en wat de vervolgstappen zijn. Elke leraar weet dat pesten niet mag. Maar hoe ga je om met een leerling die bijvoorbeeld tijdens de gymles de kleding van een klasgenoot verstopt? Mag je dit zien als grap? Wanneer is het pesten?

Bovendien zie je als vakleraar niet altijd alles; je weet niet of er bij andere vakken of op andere momenten rond deze leerlingen vergelijkbare incidenten plaatsvinden. En hoe communiceer je onderling, én naar ouders en leerlingen over de afspraken die er zijn gemaakt? Waar kunnen ouders en leerlingen terecht als zij met pesten te maken krijgen? Je kunt schoolbreed aandacht besteden aan pesten met behulp van anti-pestprogramma’s.

Meer informatie over pesten vind je op onze themapagina Pesten.

Seksuele en relationele vorming

Het belangrijkste doel van relationele en seksuele vorming is kinderen en jongeren te ondersteunen bij een gezonde seksuele ontwikkeling en hen te leren seksueel verantwoorde keuzes te maken.

Door al op jonge leeftijd te starten met scholing over seksuele en relationele vorming raken leerlingen vertrouwd met het thema. Ze krijgen hierdoor betrouwbare informatie, durven eerder vragen te stellen over seksualiteit, ontwikkelen waarden en normen, worden weerbaarder en leren respectvol met elkaar om te gaan.

Jongens en meisjes gaan na de lessen makkelijker met elkaar om en spreken elkaar aan op gedrag. De lessen maken de kans op ‘gedoe’ op school over relaties en seksualiteit kleiner. Leerlingen hebben meer kennis over relaties, seksualiteit en seksueel misbruik. De meeste leerlingen hebben een positievere houding ten opzichte van homoseksualiteit, en ze zijn zelfbewuster in vergelijking met leerlingen die geen onderwijs over relationele en seksuele vorming hebben gekregen.

Leraren en leerlingen vinden het vaak spannend om over seksualiteit en relaties te praten. Het is belangrijk aan te sluiten bij de ontwikkeling en behoeften van de leerlingen. Maak vooraf afspraken met leerlingen over elkaar uit laten praten, elkaar niet uitlachen, elkaars mening respecteren, eigen grenzen aangeven, persoonlijke zaken niet doorvertellen en gebruik van bepaalde woorden.

Start met lessen als kinderen elkaar al wat langer kennen. Zorg ook voor een goede opbouw in de lessen, begin niet de eerste keer met de spannendste les. Sta zelf open voor het thema seksualiteit en signaleer vragen en problemen op het gebied van relaties seksualiteit en verwijs door naar de vertrouwenspersoon of mentor wanneer gewenst.

Meer informatie hierover vind je op onze themapagina Seksuele integriteit en de themapagina Seksuele diversiteit.

Actief burgerschap en integratie

Op school bereid je leerlingen voor op deelname aan de maatschappij. Er zijn verschillende manieren waarop scholen de opdracht tot bevordering van burgerschap en integratie kunnen invullen. Er is niet één manier de beste of voor alle situaties geschikt. Verschillende elementen spelen hierbij een rol: samenstelling van de leerlingen en de wensen van ouders, binnen de grenzen van wet. Scholen hebben daarom ruimte voor eigen invulling.

Leerlingen leren op de thema’s diversiteit, acceptatie en tolerantie te reflecteren op het eigen handelen. Ze leren een respectvolle houding naar hun omgeving te hebben en leren bij te dragen aan de zorg voor diezelfde omgeving. Leerlingen leren over en maken kennis met verschillende achtergronden en culturen van hun leeftijdgenoten.

Volgens de Kerndoelen Primair Onderwijs bieden de scholen leerlingen in het basisonderwijs lesstof aan over:

  • hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger;
  • leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen;
  • hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen
    respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.

Volgens de Kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs bieden scholen leerlingen lesstof aan over:

  • overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland;
  • het daarmee in verband brengen van eigen en andermans leefwijze;
  • de betekenis voor de samenleving van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen;
  • hoofdlijnen hoe het Nederlandse politieke bestel als democratie functioneert en hoe mensen op verschillende manieren bij politieke processen betrokken kunnen zijn;
  • de betekenis van Europese samenwerking en de Europese Unie voor zichzelf, Nederland en de wereld.

Meer informatie over burgerschap vind je op onze themapagina Burgerschapsvorming.

Sociale competenties

Positief sociaal gedrag van leerlingen bevordert de veiligheid op school. De school besteedt in de lessen aandacht aan:

  • het aanleren van een positieve manier van omgaan met elkaar;
  • het nemen van (juiste) beslissingen;
  • het constructief oplossen van conflicten;
  • het openstaan voor verschillen tussen mensen;
  • weerbaarheid.

Leraren en ouders zijn hierbij rolmodellen voor de kinderen. Er bestaan verschillende lespakketten, methodes en programma’s om met dit thema aan de slag te gaan.

In onze kennisbank vind je artikelen over sociale competenties.

Mediawijsheid

De maatschappelijke impact van (sociale) media wordt steeds groter. Daarom is het belangrijk dat leerlingen kritisch met media om leren gaan. Ze moeten leren hoe ze al die informatie kunnen filteren en hoe ze actief en bewust deel kunnen nemen aan onze mediasamenleving.

In onze kennisbank vind je artikelen over mediawijsheid.

Tegengaan van radicalisering

Voedingsbodem voor radicalisering zijn onder meer: gevoelens en ervaringen van achterstelling, discriminatie, vernedering, uitsluiting of onrecht, persoonlijke gebeurtenissen die leerlingen onzeker maken over wie ze zijn, en psychische problematiek.

Als onderwijsprofessional krijg je er ook mee te maken in de les. Wat kun je daartegen doen? Doorbreek het wij/zij-denken, neem basisbehoeften serieus, biedt leerlingen hulp aan die ze nodig hebben en creëer een sociaal veilig klimaat.

Het is van belang in contact te blijven met leerlingen. Ga het gesprek aan als een leerling grensoverschrijdend gedrag vertoont of een zorgelijke thuissituatie heeft. Het is belangrijk dat alle leerlingen het gevoel hebben erbij te horen, niet gediscrimineerd te worden en gezien te worden.

Als het gaat om het tegengaan van polarisatie en discriminatie, blijkt dat het beter is niet te veel nadruk te leggen op de verschillen, maar om met leerlingen te praten over gemeenschappelijkheden. Hierdoor kan eventuele angst afnemen.

Help leerlingen kritisch en genuanceerd te denken, door actualiteiten in de hele groep te bespreken. Allerlei lesmateriaal rondom kritisch burgerschap en debatteren kunnen je hierbij helpen. Wees expliciet in kledingvoorschriften en omgangsregels: wel of geen hoofddoek, wel of geen handen geven als begroeting. Hou daarbij rekening dat ze niet in strijd zijn met de wet op gelijke behandeling.

Meer informatie over radicalisering vind je op onze themapagina Radicalisering.

Voorlichting over hulp bij onveiligheid

Je wilt voorkomen dat leerlingen, ouders en ook personeel te lang in hun eentje worstelen met een onveilige situatie. Dan kan deze immers escaleren. Communiceer daarom duidelijk bij wie ze in dat soort situaties terecht kunnen.

Dit kun je communiceren via de website of via de nieuwsbrief. Of je kunt er gesprekken over organiseren, zoals een ouderavond, een vergadering, of een groepsgesprek in de klas.

Personeelsleden met een sleutelfunctie in het omgaan met onveilige situaties, zoals bijvoorbeeld de mentor of de vertrouwenspersoon, kunnen voorlichtingslessen geven aan alle klassen.

Scholing en training personeel

Zowel onderwijzend als onderwijsondersteunend personeel kan te maken krijgen met grensoverschrijdend gedrag. Training en scholing leert hen adequaat in te spelen op situaties van onveiligheid.

Zij moeten bijvoorbeeld goed kunnen communiceren met ouders. En leraren moeten in de les in kunnen spelen op actualiteiten, zoals incidenten die te maken hebben met radicalisering of pesten. Zoek je scholing over sociale veiligheid in het onderwijs? Bekijk dan ons agenda voor al ons aanbod. Wij bieden bijeenkomsten op vaste momenten, maar wij bieden ook incompany trainingen.


6. Signaleren en effectief handelen

Signaleren

Grensoverschrijdend gedrag vindt vaak plaats buiten het zicht van de leraar. Pesten als de leraar zich omdraait naar het digibord, agressie in het fietsenhok, discriminatie op internet.

Aan de sfeer in de groep en aan het gedrag van leerlingen kun je als leraar merken dat er iets niet in orde is. Bijvoorbeeld wanneer een praatgrage leerling opeens heel stil is, wanneer een leerling aan het eind van de les steeds aan het bureau van de leraar staat voor een kletspraatje of wanneer er een broeierige sfeer in de groep hangt.

Je kunt er niet altijd meteen de vinger op leggen. En het kan ook heel goed zijn dat het gevoel weer over waait. In een fractie van een seconde neem je als leraar een beslissing over wat je gaat doen, wat je wel en niet bespreekt in de klas, binnen het team of met ouders.

Aanpakken

Het tijdig signaleren, begrenzen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag zorgt ervoor dat situaties niet escaleren en de gevolgen voor slachtoffers zo veel mogelijk beperkt blijven. Op het moment dat duidelijk is dat leerlingen gedrag vertonen dat jullie op school niet tolereren, heb je als onderwijsprofessional de taak in actie te komen. Welke actie volgt, hangt af van de afspraken die hierover op school zijn gemaakt.

In het veiligheidsplan staan protocollen die onderwijsprofessionals moeten volgen. Een protocol beschrijft de te volgen procedure, geeft sturing aan de beslissingen van een medewerker en geeft voor een specifieke situatie aan wie actie onderneemt, wat hij doet en op welke manier. Het is een concreet handelingsplan gebaseerd op de visie van de school.

Medewerkers wegen voortdurend af of gedrag van leerlingen toelaatbaar is, of dat het een grens overschrijdt. Vaak is het niet zo zwart-wit. De context van een situatie bepaalt hoe een leraar het gedrag duidt of inschat.

Het helpt om met collega’s deze afwegingen bespreken. Het maakt het gemakkelijker om de grens tussen toelaatbaar en niet toelaatbaar te bepalen. Ook zorgt het ervoor dat je gezamenlijk één lijn kunt trekken. Het is zinvol om met collega’s te bespreken hoe je hebt opgetreden bij gevallen van grensoverschrijdend gedrag. Ook kun je het in bepaalde gevallen met de betrokken ouders bespreken. Dat levert meestal meer begrip én samenwerking op.

Calamiteiten

Als er op school een ernstig incident plaatsvindt, is de hele schoolgemeenschap in shock. Goede en snelle communicatie met medewerkers, leerlingen en ouders zorgt ervoor dat je de onrust niet onnodig vergroot.

Schakel experts in; zij staan de school bij en adviseren bij de opvang van leerlingen, ouders en medewerkers. Daarnaast kunnen zij het schoolpersoneel helpen de leerlingen op te vangen. Stichting School & Veiligheid beschikt over een calamiteitenteam.

Hanteer een draaiboek dat omgaan met calamiteiten/incidenten beschrijft. Wanneer een ernstig incident de school treft komen de media daar op af. Wees daar op voorbereid door een woordvoerder aan te wijzen en met elkaar af te spreken wat jullie wel en niet naar buiten brengen.

Meer informatie over calamiteiten vind je op onze themapagina Calamiteiten.

KB items 

Meten is weten

Taken en functies

Ouders als partners in schoolveiligheid

 

Was deze info nuttig?

Kennisbank artikelen over dit onderwerp:

Pas op de plaats – gesprekstool burgerschap

povoBurgerschapsvorming

Doelgericht en samenhangend vormgeven aan burgerschapsonderwijs vraagt om het ontwikkelen van een gedragen aanpak. Alleen dan kun je gericht invulling geven aan de burgerschapsvorming, passend bij de schoolcontext. De gesprekstool ‘Pas op de plaats’ helpt jou en je team op weg om het noodzakelijke gesprek te beginnen.

Spel Gedragen gedrag (po)

poAgressief gedragDiscriminatieOmgaan met seksualiteitPestenSeksuele diversiteitToon nog 3 tags

Spel over gewenst en ongewenst gedrag op school. Bedoeld voor onderwijsteams of om te spelen met leerlingen of ouders in het primair onderwijs. Naast de versie voor het primair onderwijs is er ook een versie voor het voortgezet onderwijs en mbo.

Spel Gedragen gedrag (vo, mbo)

vomboAgressief gedragDiscriminatieOmgaan met seksualiteitPestenSeksuele diversiteitToon nog 4 tags

Spel over gewenst en ongewenst gedrag op school. Bedoeld voor onderwijsteams of leerlingen. Naast de versie voor het vo en mbo is er ook een versie voor het po.

Verankeren van sociale veiligheid

Borgen van sociale veiligheid houdt in dat de school datgene doet wat nodig is om structureel te werken aan het bevorderen van een veilig schoolklimaat. Hierbij hoort ook het voorbereid zijn op en het voorkomen van mogelijke onveilige situaties en incidenten.

Sociale veiligheid heeft daarbij een plek in werkprocessen op individueel, groeps-, en schoolniveau. Het is ingebed in de pedagogische aanpak, de kwaliteitszorg, het personeelsbeleid en de schoolontwikkeling. Op die manier leeft het in de hoofden en het handelen van iedereen in de school. Je waarborgt sociale veiligheid door:

Een lerende organisatie

Op papier hebben de meeste scholen hun veiligheidsbeleid op orde, blijkt uit rapportages van de Onderwijsinspectie. Met protocollen probeer je op school belangrijke veiligheidsissues als (cyber)pesten, agressie tegen personeel en ander ongewenst gedrag zoveel mogelijk voor te zijn.

Leerlingen en personeel een veilige omgeving bieden, vraagt echter meer dan alleen het bezitten van papieren plannen en protocollen. Het vraagt om een proactieve houding, om een constante vinger aan de pols. Als de juiste medewerkers weten wat er speelt, kun je knelpunten sneller signaleren en kun je daar beleid op maken.

Dit betekent dat het zorgen voor een veilig klimaat een continu proces is. Grensoverschrijdend gedrag zal er altijd zijn. Er ontstaan ook steeds weer nieuwe uitingsvormen via nieuwe kanalen. Wees hierop voorbereid door alert te blijven en door te onderzoeken hoe je ervoor kunt zorgen dat herhaling van dit gedrag zoveel mogelijk voorkomen wordt.

Om dat te realiseren, maakt de school het onderwerp ‘sociale veiligheid’ tot een voortdurend en vanzelfsprekend punt van aandacht in alle werkprocessen binnen de school. Je leert van elkaar als je ervaringen deelt, handelingen en gevolgde procedures bespreekt met collega’s, leerlingen en ouders. Dit maakt het ook inzichtelijk waar je als school extra of ander beleid op moet maken.

Het gaat dan onder andere om punten als:

  • Kan ieder teamlid altijd terugvallen op een collega bij grensoverschrijdend gedrag of onveilige situaties?
  • Is het gevoerde beleid gebaseerd op het leren van incidenten?
  • Bespreken jullie regelmatig met ouders over de sociale veiligheid op school?

De cyclus kent een aantal componenten:

Processen in kaart brengen: 1) Vaststellen welke sleutelrollen, taken en verantwoordelijkheden er zijn, 2) Vaststellen hoe jullie besluiten nemen, 3) Vaststellen welke informatie jullie delen, 4) Vaststellen wat jullie monitoren, 5) Vaststellen wie dat controleert en bijstuurt.

Ontwikkelen: 1) Pedagogische visie ontwikkelen en de visie op veiligheid, waarden en normen bepalen, 2) Bepalen welke doelstellingen op het gebied van sociale veiligheid bereikt moeten worden, 3) Taken met verantwoordelijkheden beschrijven, 4) Prioriteiten stellen, 5) Veiligheidsplan opstellen met afspraken en protocollen, 6) Een communicatieplan opstellen, 7) Draagvlak creëren.

Uitvoeren: 1) Ontwikkelde plannen communiceren, 2) Dagelijks handelen verbinden met de visie, 3) Ruimte nemen voor gesprek, feedback en goede ideeën, 4) Incidenten registreren, 5) Signalen terugkoppelen.

Evalueren: 1) Veiligheidsbeleving meten, 2) Incidenten bespreken, 3) Trends signaleren uit functioneringsgesprekken, 4) Toetsen of maatregelen en voorzieningen voldoen.

Aanpassen: 1) Processen, 2) Veiligheidsplan, 3) Doelstellingen, 4) Visie, 5) Prioriteiten, 6) Beleid.

Actieve sturing

Persoonlijke en pedagogische waarden van leraren en schoolleiders bepalen hoe zij op gedrag van leerlingen reageren. En dat is van grote invloed op het schoolklimaat.

Het gedrag van een schoolleider is voorbeeldgedrag voor het team en het gedrag van de leraar is dat voor leerlingen. Dat betekent dat je voortdurend moet werken aan het bereiken van gedeelde waarden en normen, en moet afstemmen hoe dit vorm krijgt in het handelen van alle medewerkers.

In de opleiding hebben leraren bagage meegekregen voor bijvoorbeeld het omgaan met pesten. Dat biedt alleen niet altijd antwoord op de problemen van nu. Hoe ga je bijvoorbeeld om met een pest-app die leerlingen de kans geeft anoniem via internet nare dingen over klasgenoten te zeggen die de hele school mee kan lezen? Er is op dat moment niemand die je persoonlijk kunt aanspreken op dit grensoverschrijdende gedrag. Het geeft onrust in een klas, en vraagt een schoolbrede aanpak die uitgaat van gedeelde waarden en normen.

Hetzelfde geldt voor hoe je bijvoorbeeld omgaat met situaties die raken aan radicalisering. De maatschappij verandert voortdurend en onderwijsprofessionals moeten daarin mee (kunnen) groeien. Zij hebben ruimte nodig voor professionalisering, samenwerking en afstemming. Door deze ruimte te creëren legt de schoolleiding de verbinding tussen formele kaders en een sociaal veilig schoolklimaat.

Vragen die hierbij een rol spelen, zijn bijvoorbeeld:

  • Dragen wij systematisch de gedeelde waarden en normen uit in school- en klassenpraktijk?
  • Reflecteren teamleden op het eigen pedagogisch handelen?

Systemische aanpak

Sociale veiligheid borgen en bevorderen, vereist een schoolbrede aanpak. De school kiest hierbij interventies, programma’s en methoden die aansluiten bij de visie, normen en waarden van de school en die insteken op zowel individueel, klassikaal als schoolniveau.

Deze interventies hangen met elkaar samen en worden systematisch en gefaseerd ingezet. Betrokkenheid van en samenwerken met ouders hierin, maakt dat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Bij samenwerking tussen school, ouders en schoolomgeving is de kans het grootst dat leerlingen leren wat de grenzen en effecten zijn van hun gedrag. Grensoverschrijdend gedrag houdt niet op bij het verlaten van het schoolplein. Op weg naar huis, bij de sportvereniging en digitaal gaat het gewoon verder.

Inbedden in pedagogische aanpak en schoolontwikkeling

Zorgen voor sociale veiligheid is niet een op zichzelf staande opdracht. Het is een integraal bestanddeel van de cycli van school- en curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg, personeelsbeleid en leerlingenzorg. Inbedding in de totale pedagogische aanpak en schoolontwikkeling is een voorwaarde voor het creëren van sociale veiligheid. Vragen die je daarbij kunt stellen, zijn:

  • Staat wat wij willen bereiken in sociale veiligheid op de agenda in overleggen over de pedagogische aanpak van een lastige leerling?
  • Komt in functioneringsgesprekken aandacht voor een veilig klimaat aan de orde?
  • Is in de schoolgids terug te vinden hoe wij over sociale veiligheid denken en welke aanpak de school kiest?

Was deze info nuttig?

Creëer een sociaal veilige sfeer op school